BELEMMERENDE GEVOELENS ► INEFFECTIEF GEDRAG
zondag 25 juni 2023
donderdag 22 juni 2023
VEILIG HECHTEN ► VOLWASSEN LEVEN
'JONG GELEERD, OUD GEDAAN!'
zondag 11 april 2021
ZO’N
DROOM IS GEEN BEDROG…
Rond drie uur ontwaakte ik uit een vermoeiende droom. Dat wat ik nog wist, liet ik de revue passeren.
Hoewel ik probeerde om al die tegenstrijdige taken voor elkaar te krijgen, bleek dat natuurlijk onmogelijk. Ik had alleen bergen spareribs (?) in voorraad. De groente had ik versneden tot paardenvoer. De butagasflessen (?) waren leeg en toen in elke klas een ouder overleden bleek te zijn en ik daar aandacht aan wilde besteden, werd ik wakker…
Geleidelijk aan kon ik sommige ingrediënten van mijn droom duiden. Ik koop wekelijks wortelen voor de paardjes in een naburige wei. Vind ik leuk en zij vinden het prachtig. De wortelen staan al klaar, vandaar die verhakkelde groente.
Te veel om zomaar op een rijtje te krijgen, aldus mijn droom. Ik dacht aan het schooljaar toen ik als brugklasmentor eerst met een overleden moeder en later met een overleden vader te maken had. De eerste was al lang ziek, de tweede stierf heel plotseling. Zijn vrouw en hun zoon zaten de avond ervoor dodelijk ongerust bij mij in een tienminutengesprek. Ze hadden voor de school met hem afgesproken, maar hij kwam niet opdagen. Zittend op zijn kantoorstoel werd hij dood aangetroffen. Hartinfarct. De moeder van de tweede leerling stierf aan kanker.
Twee rouwende leerlingen in één klas, de een stortte zich op zijn schoolwerk, de ander kon zich er niet meer toe zetten.
Ook die keer gingen we als klas naar de uitvaartdienst. De klassenvertegenwoordiger verzamelde opnieuw de namen op een condoleancekaart. Hij ging voor het bord staan en zei vastberaden: “Niet met hartjes en bloemetjes. Dat past nu niet!” Zo volwassen voor een twaalfjarig mannetje.
Eerst had ik geen hekel aan lesgeven, maar het sociaal emotionele element van mijn werk en wat ik daarin kon betekenen, brachten me altijd al meer. Geen wonder, dat ik het niet meer trok toen dat tot het absolute minimum werd gereduceerd en ik tenslotte bore-out raakte...
maandag 5 april 2021
BORE-OUT EN WAT DE
WERKGEVER KAN
DOEN…
Sinds de publicatie van mijn
boek “Bore-out, een praktische handleiding voor begeleiders”, werd ik enkele
keren benaderd door mensen, die zich herkennen in mijn verhaal op social media
en in de krant. Hun reacties herinneren aan de interviews, die ik hield voor
het boek.
Wat mij steeds weer raakt,
zijn de boosheid en frustratie in die verhalen. Het zich niet gezien en
gerespecteerd voelen als deze mensen ten einde raad aankloppen bij hun
werkgevers in de hoop gehoor te vinden voor hoe ze hun werksituatie ervaren.
Ik herken die boosheid,
frustratie en wanhoop, want die lagen bij mij ook lang vooraan. Ik zat er zo mee
vol, dat er nauwelijks wat anders meer bij kon. Maar hoe begrijpelijk en voorstelbaar
die emoties ook zijn en hoezeer ook gebaseerd op nare ervaringen, intussen weet ik, dat je er niet verder mee
komt en dat je jezelf tekort doet, als je er lang in blijft hangen. De meeste werkgevers
gaan er niet sneller door bewegen en jij zet jezelf ‘on hold’. Als een stationair
draaiend autootje hang je vast in de modder. Je pruttelt, ronkt, produceert
rookwolken en zelfs vonken, maar al die activiteiten kosten energie die je aan
niets anders kunt besteden. Totdat de energie opraakt en het autootje bewegingsloos
stil staat. Als je situatie op locatie niet verbeterd kan worden, is mijn
advies: ga elders verder zoeken, zeker als je nog flink wat werkzame jaren te
gaan hebt. En ik weet donders goed, dat dat gemakkelijker gezegd is dan gedaan!
Ligt de bal dan volledig bij
de persoon, die bore-out is of dreigt te raken en verantwoordelijk is voor zijn eigen
welbevinden? Zeker niet!
Mijn boek is weliswaar
vooral geschreven voor coaches en therapeuten, maar als zij in beeld komen, is
het eigenlijk al te laat. Hun curatieve activiteiten zijn namelijk veel minder nodig,
als werknemers opereren in een gezond werkklimaat. Beter voorkomen dan genezen!
Natuurlijk mag je van mensen
verwachten dat ze niet als makke schapen de afgrond in wandelen en dat doen de meeste
ook niet. Zo lang ze nog energie hebben,
zullen ze heus op zoek gaan naar verbetering van hun situatie. Meer werk, en/of
werk dat past bij hun kwaliteiten en interesses. De ervaring leert alleen, dat
ze dan vaak bij gesloten deuren komen. Ze worden niet gehoord, worden gehoord
door iemand die geen bevoegdheden heeft en dus niets voor hun kan verbeteren,
of ze worden afgescheept met loze beloftes. Als dat je herhaaldelijk overkomt,
is het moeilijk om constructief te blijven zoeken.
Natuurlijk zijn er ook gevallen,
die serieus worden genomen. Die de eerlijke boodschap krijgen, dat de werkgever
niets voor hun kan betekenen, maar wel adequaat worden begeleid naar meer
passend werk. Of met wie de werkgever binnen het bedrijf op zoek gaat naar een
oplossing. Maar die mensen raken niet bore-out, dus hun betreffen de verhalen niet.
Ik ga ervanuit dat de
gemiddelde werkgever niet alleen uit is op de grootst mogelijke winst voor zijn
bedrijf, maar ook een vruchtbaar en mensvriendelijk werkklimaat wil borgen. Dat
hij er als een goede vader of moeder wil zijn voor zijn werknemers, die immers
een belangrijk bestanddeel vormen van het bedrijfskapitaal. Dat hij beseft,
hoe loyaal mensen zijn, als ze op hun werkgever kunnen rekenen. Dat werknemers
die hun werk met tegenzin doen, steeds minder gaan presteren.
Maar behalve minder productief
worden ze ook minder gelukkig. En wordt er dan niet ingegrepen, dan gaat het
van kwaad tot erger. Van ongelukkig via doodongelukkig naar ziek en soms
eindigt het zelfs in een depressie. Wie ziek thuis zit met een bore-out, leeft
niet alleen zelf in een beroerde situatie, hij is ook waardeloos voor het
bedrijf.
Deze ellende is grotendeels
te voorkomen met een constructief personeelsbeleid. Door je als werkgever op de
hoogte te stellen van de krachten die kunnen leiden tot burn-out en bore-out.
Te beseffen, dat het allebei sluipmoordenaars zijn. Regelmatig ontwikkelings- en
voortgangsgesprekken te houden. Voldoende tijd hiervoor uit te trekken. Voor
een veilige plek te zorgen waar privacy heerst, een open oor, een open hart en
de bereidheid om met de wensen en behoeftes van je personeel mee te bewegen.
Geen enkele werknemer verwacht meteen een pasklare oplossing. Veel zal onmogelijk
zijn, maar veel is dat ook niet. De oprechte inzet om samen naar die oplossing
te zoeken, maakt dat de werknemer zich herkend, erkend, gezien en gerespecteerd
voelt en dan is al veel gewonnen.
Mijn boek eindigt met de
tekst van rabbi Abraham Joshua Twerski over hoe kreeften groeien in een steeds
weer te krappe schelp. Hoe onprettig ze zich daar keer op keer voelen. Hun
terug persen in die schelp is niet de oplossing. Wie uit zijn jas is gegroeid,
zal er nooit meer in passen en als die jas kapot gescheurd is door alle geweld,
is hij nauwelijks nog te repareren.
vrijdag 28 augustus 2020
Hoe verveling ook leuk en
nuttig kan zijn!
“Vijf
redenen om je ouderwets te vervelen,” kopte een artikel van GGZ-nieuws*, dat ik
online volg. Ik moest goed kijken, of ik las wat ik dacht te lezen, maar het
klopte echt.
In
het bewuste artikel wordt duidelijk gemaakt, waarom het ‘goed’ is je af en toe
stierlijk te vervelen.
In mijn kruistocht tegen verveling op het werk, waar mijn volgende boek over gaat, was ik bijna vergeten, dat verveling soms helemaal niet negatief hoeft te zijn en ik besefte hiervoor een pas terug te moeten zetten.
Een flink aantal passen zelfs, naar het moment waarop ik het woord ‘boreout’ voor het eerst hoorde, een jaar of drie geleden. Het fenomeen ‘verveling’ associeerde ik toen nog met min of meer verwende kinderen, die ondanks zeeën van vrije tijd en goed gevulde speelgoedkisten niet kunnen bedenken wat te doen.
En er was genoeg te doen. Die hele kamer lag vol met speelattributen van mij en mijn jongere broer, die gedurende veel verjaardagen en Sinterklaas- en Kerstfeesten verzameld waren. Dus in principe hoefde ik maar te kiezen.
Maar ik wilde daaruit niet kiezen: ik wilde me vervelen! Niet weer diezelfde pop aan- of uitkleden, een kleurplaat binnen de lijntjes vullen en nog minder wilde ik met het springtouw naar buiten om ‘lekker’ te springen. Ik wist meestal wel al snel wat ik wel wilde, maar kwam daar pas achter langs de lijn van de verveling.
Vaak kostten de dingen die ik bedacht geld en dat was bij ons thuis maar in zeer beperkte mate aanwezig. Maar aan het begin van een vakantie kreeg ik soms toch wat ik wilde: esbit blokjes om ‘echt’ (onder begeleiding van mijn moeder) te kunnen koken op mijn fornuisje, een paar knotten wol om een vestje te breien voor mijn pop, of een lap stof en wat lapjes vilt en borduurgaren om een klederdrachten wandkleed te maken met bijdragen uit de hele wereld. Soms zorgde de speelkamer ook wel voor inspiratie. Dan zette ik mijn poppen en beren op een rijtje voor het schoolbord en ging ‘juf’ spelen, of ik nam mijn schepjes en emmertjes mee naar buiten om in een modderplas ‘gehaktballetjes’ te draaien. Passies manifesteren zich vaak al op jonge leeftijd!
Deze vijf gezondheidsredenen in aanmerking genomen, is het ook meteen weer duidelijk, waardoor een boreout tijdens en ten gevolge van werkomstandigheden zo schadelijk kan zijn.
Het meest fundamenteel in dit rijtje is m.i. het aspect ‘creativiteit’. Het is belangrijk voor je brein om af en toe te ‘niksen’, omdat je juist dan de meest inspirerende ideeën kunt krijgen. Je af en toe vervelen is dus helemaal niet erg, integendeel. Je vrije geest kan zich dan even met iets anders bezig houden en al zijn creatieve vermogens benutten.
Als die creativiteit dan vervolgens ook gehonoreerd wordt en een goede uitweg kan vinden, is het effect van verveling alleen maar positief.
En daar zit ‘m de crux: als de periodes van ‘niksen’ eerder regel dan uitzondering zijn, je creatieve vondsten steeds de kop in worden gedrukt en je er geen kant mee uit kunt, maakt dat je allesbehalve kalm en gelukkig, wordt je persoonlijke ontwikkeling alleen maar afgeremd en worden je concentratie en zelfvertrouwen steeds kleiner.
Alle reden dus om het fenomeen ‘boreout’ serieus te nemen. Af en toe even freewheelen tijdens je werk is prima, maar als je dagen, weken, maanden en soms zelfs jaren zo goed als niets (zinnigs en uitdagends) te doen hebt, is dat uiteindelijk funest voor je welbevinden en gezondheid.
*Vijf redenen om je
ouderwets te vervelen/www.ggznieuws.nl/26-8-2020
woensdag 19 augustus 2020
Bijna vijf maanden later, een Echternach
processie…?
Als ik een blik werp op mijn
blogteksten over boreout en burnout, zie ik dat de laatste al van eind maart
dateert. Er is veel gebeurd in de tussentijd en als we niet goed uitkijken met
zijn allen, belanden we in een soort Echternach processie.
Voor wie deze spring- of
dansprocessie niet kent: het is een ceremoniële, katholieke optocht, die jaarlijks
in de Luxemburgse stad, Echternach, wordt gehouden ter ere van Sint-Willibrordus.
Hoewel ze in de loop der eeuwen enkele veranderingen heeft ondergaan, gebeurt
dat al sinds de Middeleeuwen. Sint-Willibrordus zou de genezer zijn van de
Saint-Guy-kwaal, oftewel epilepsie.
Hoe deze bijna twee uur
durende processie spreekwoordelijk is geworden? Na een korte mis bij de rivier,
de Sûr, wordt de weg vervolgd naar de abdij van Echternach. De deelnemers zijn
met elkaar verbonden met witte zakdoeken en ze springen in de maat van de
processiemars afwisselend op hun linker- en rechtervoet. Beetje vreemd gezicht,
maar ‘geen probleem’, zou je zeggen. Maar deze manier van springen kwam in 1947
in de plaats van het voormalige ritme – drie stappen vooruit en twee achteruit,
dat werd aangepast, omdat het tot een chaotisch verloop zou leiden.
Dit laatste aspect, dat
leidde tot een enorme vertraging van de tocht, is het beeld, dat de coronacrisis
soms bij mij oproept. Een chaotisch beeld, doordat maatregelen, die door de overheid
worden ingesteld, vaak nogal onduidelijk
en willekeurig zijn, maar ook de dreigende weg terug, nadat we enkele maanden
vooral vooruit zijn gegaan. We zullen er met ons gedrag zelf voor moeten zorgen,
dat we straks niet weer maandenlang in een ‘intelligente lockdown’ belanden.
Geduld en creativiteit zijn geboden.
Kijkend naar de voornemens, die ik in maart zelf heb gemaakt, blijk ik me er aardig aan te hebben gehouden. Hoewel tuinieren niet mijn hobby is, houd ik mijn bloemen en planten goed bij, waardoor ik ondanks de hittegolf van de laatste weken vanuit mijn werkkamer nog steeds uitzie op een kleurenpracht. Ik vermoed, dat ik meer water heb gesproeid, dan volgens Vitens verantwoord is, maar ach, wie maandenlang vooral thuis zit, moet toch iets!
Ik heb de berging
uitgemest en de gemeente het afval laten ophalen. Ondanks dat dat al weer ruim
een maand geleden is gebeurd, ziet de ruimte er tot mijn tevredenheid nog
steeds netjes uit. Zelfs de gordijnen van mijn woonkamer heb ik gewassen en
vergis je niet: dat is ‘a hell of a job’,
waar drie goed gevulde wasmachines aan te pas komen. Twee weken geleden
heb ik, na maanden alleen in Venlo te zijn geweest, de stoute schoenen
aangetrokken en ben gewapend met mondkapje met het OV naar het zuiden gereisd om mijn broer en schoonzus te bezoeken.
Keurig tussen de spitstijden in, waardoor dat prima te doen was. In juli is de
yoga weer voorzichtig op gang gekomen. Mijn groep was – helaas voor de leraar -
zo klein, dat we niet anderhalve meter,
maar wel vier meter afstand konden houden.
De derde versie van het
manuscript van mijn boek over boreout is gepasseerd en besproken en na aanpassing behalve
naar mijn vaste meelezer, ook naar zijn eenmalige collega’s gestuurd. Dat
levert heel prettige, maar soms ook pijnlijke reacties op en ik houd mezelf
maar voor, dat ook die laatste erbij horen. Het allerbelangrijkste is immers,
dat mensen zich van het thema bewust worden en de discussie erover op gang
komt. Daar heb ik niet alleen zelf belang bij, maar ook mijn ‘lotgenoten’, die – net zoals ik - vaak het gevoel hebben gehoord noch gezien te
worden. Elke reactie is beter dan geen enkele reactie!
Tot slot ben ik zelfs aan
een cursus Engels voor gevorderden begonnen. De specifieke reden waarom ik dat
deed, laat ik in het midden, totdat ik zeker weet, of ze van toepassing is. Raadselachtig,
hè? Laat ik vooropstellen, dat ik er hoe
dan ook profijt van zal hebben, als mijn schoolengels wat wordt opgekrikt. Dat
ik de lessen met veel plezier doorneem, is het voornaamste.
Alles overziend lijkt het
bijna, alsof corona voor mij een feestje is, maar daar passen toch enkele
kanttekeningen bij. Een van mijn nichten lag wekenlang in coma en heeft het
ternauwernood gehaald. Haar jongere zus, die met longkanker in een hospice
verbleef, is aan corona bezweken… Dat zijn nog maar twee van de slachtoffers,
die ik van redelijk nabij kende. Hoewel ik vrijwel iedere dag minimaal een uur
heb gewandeld, zaten er veel dagen tussen, waarop ik mensen hooguit op tien
meter afstand zag en soms zelfs dat niet. Weken waarin ik niet in de supermarkt
kwam, maar mijn boodschappen werden afgeleverd door Picnic. De bezorger
plaatste de volle plastic zakken keurig voor mijn voordeur, groette op gepaste afstand
en vertrok weer snel met zijn autootje. Mijn beide vakanties zijn geannuleerd
en ik ben sinds vele decennia niet zo lang achter elkaar ‘alleen maar thuis’
geweest. Ik zou het wel fijn vinden, als
ik weer eens zou worden aangeraakt, want dat is voor het laatst begin maart gebeurd.
Ook schoonmaken is niet mijn hobby, maar mijn meubilair heeft in die periode
heel wat meer fysieke aandacht en zorg mogen ervaren dan ik.
Gelukkig heb ik Noortje, mijn poes. Die mag ik naar hartenlust knuffelen en dat doe ik ook. We hebben volop kopjes, kusjes en kriebeltjes uitgewisseld. Ze heeft pas een nieuw ritueel ontwikkeld: als ze me ziet, gaat ze languit op haar rug liggen en rolt van de ene naar de andere kant, zodat ik haar rondom overal kan aaien. Daar geniet zij niet alleen van.
Wat ik vooral wil zeggen is,
dat de ongemakken voor mij vervelend en soms ook pijnlijk, maar niet onoverkomelijk zijn. Dat ik het
nog steeds opbreng om me aan de regels te houden en angstvallig om me heen
kijk, of anderen dat ook zo goed mogelijk doen. Tot er een vaccin is, dat op
grote schaal kan worden ingezet, hebben we immers niet zo veel te kiezen.
Maar verveeld heb ik me geen
seconde en ik hoop, dat dat voor de meeste mensen geldt. We zullen er zelf van
moeten maken wat ervan te maken is. Van Sint-Willibrord kunnen we immers niet
verwachten, dat hij naast epilepsie ook covid-19 voor zijn rekening neemt. Laat
ik maar gauw aan mijn volgende les Engels beginnen…
.png)
.png)
.png)








