zondag 25 juni 2023

 BELEMMERENDE GEVOELENS ► INEFFECTIEF GEDRAG

 
Ken je het dat je je schaamt, als daar geen aanwijsbare reden voor is? Ik ken het maar al te goed: in mijn 2e boek over bore-out kun je erover lezen.
 
Schaamte kan optreden als je voor je gevoel tekortschiet in de ogen van anderen. Toen mijn bore-out klachten langzaam resulteerden in ziekte, voelde ik dat elke dag. Ik was niet in staat mijn werktijd goed te vullen, mijn werkgever vond me te onbelangrijk om me te helpen en er belandde meer geld op mijn conto dan ik ‘verdiende’. Daardoor schaamde ik me en kroop ik weg zodat al dat negatieve onzichtbaar was voor anderen. Me verstoppen en er met niemand over praten maakten de situatie draaglijk, maar het probleem bleef natuurlijk bestaan: iets verdwijnt niet als je het negeert!
 
Door verwarrende boodschappen over schaamte die ik als kleuter kreeg, schaamde ik me later vaak terwijl ik niets misdeed, zoals in deze situatie. Ik had het probleem niet gecreëerd en deed in het begin wanhopige, maar onhandige pogingen het te verhelpen. Had ik als kind geleerd dat schaamte niet past als je niets misdoet en dat je altijd hulp mag blijven zoeken, dan was ik misschien niet bore-out geraakt. Maar ik negeerde de situatie zo goed mogelijk, werd steeds ongelukkiger en ziek, ging van ellende vervroegd met pensioen en wist pas veel later wat er toen speelde.



Schaamte weerhield mij van actief naar oplossingen zoeken. Bij anderen spelen schuldgevoel, boosheid, het idee onbelangrijk of te oud te zijn, angst dat er geen oplossing is, onvermogen het probleem aan te kaarten enz. Belemmerende gevoelens die vaak geworteld zijn in je opvoeding, post hebben gevat in je onderbewuste en waar je dus geen weet van hebt en ook niet zonder hulp mee kunt dealen.
 
Dat is het thema van mijn laatste boek en van de workshop die ik in oktober aanbied. Om begeleiders van mensen in 'n bore-out situatie bewust te maken van de belemmerende systemische achtergrond waardoor je je in zo’n situatie niet kunt weren en de zaak onbedoeld laat escaleren. Natuurlijk ook om hun te leren hulp te bieden.
 
Ik wil werken met een kleine groep, maar op dit moment zijn er nog onvoldoende kandidaten. Wat is het probleem? Ik ben er zeker van een zinvolle workshop neer te kunnen zetten en er moeten toch genoeg geïnteresseerden te vinden zijn. Ik hoop dat lezen over mijn ervaringen hun over de streep zal trekken.
 
Hoe het ook loopt, ik ga me deze keer niet verstoppen als het mislukt. Ik doe mijn uiterste best om na 3 boeken op een andere manier iets voor mijn lotgenoten te betekenen. Niets om me voor te schamen dus!
 

donderdag 22 juni 2023

 VEILIG HECHTEN ► VOLWASSEN LEVEN


Als kinderen van baby af aan en liefst al in de baarmoeder het gevoel hebben welkom te zijn, ze op tijd hun natje en droogje krijgen, liefdevol gekoesterd worden en er op een positieve manier gereageerd wordt op hun tekens van onbehagen, kunnen ze zich veilig ontwikkelen tot zelfredzame volwassenen.
 
Voelen dat je ertoe doet, dat je erbij hoort, dat je nergens alleen voor staat, de vrijheid hebt op onderzoek uit te gaan en de wijde wereld te verkennen, maar ook steeds weer bij je ouders en opvoeders terecht kunt, maakt dat je je veilig kunt hechten en gezonde verbindingen kunt aangaan in je leven. Onafhankelijk en ongehinderd door belemmerende loyaliteit. Eerst met je opvoeders en andere leden van je systeem, later met de mensen daarbuiten. Zo word je een autonome persoon die eigen keuzes maakt, zelf beslissingen neemt en daarbij rekening houdt met anderen.
 


Door allerhande omstandigheden groeien kinderen vaak niet op in zo’n warm nest dat veiligheid en geborgenheid biedt. Bij de opvoeders kan sprake zijn van fysieke of psychische afwezigheid, onvermogen en onhandigheid, maar ook van onverschilligheid, ongeïnteresseerdheid en soms zelfs onmiskenbare wreedheid. Dan worden kinderen niet gezien, genegeerd, uitgescholden, verwaarloosd en/of mishandeld en is het moeilijk en zelfs onmogelijk om de overtuiging te vormen dat ze ertoe doen en belangrijk zijn. Dat ze goed genoeg zijn, dat er rekening met hen wordt gehouden, dat ze hulp mogen zoeken als dat nodig is en met anderen over hun problemen mogen praten.
 
De kans is dan groot dat ze later belangrijke vaardigheden missen om zelfstandig in het leven te staan en te weinig zelfvertrouwen hebben om goed voor zichzelf te kunnen zorgen. Ook als ze problemen ervaren op hun werk, kan de situatie dan makkelijk uit de hand lopen. Als ze over- of onderprikkeld raken, te weinig rust en ontspanning krijgen of zich juist dodelijk vervelen. Zoeken ze dan niet op tijd naar oplossingen en mensen die hen daarbij helpen, dan liggen burn-outs en bore-outs op de loer.
 
Is zo’n grens eenmaal gepasseerd, dan is de weg terug vaak lang. Wie belangrijke vaardigheden mist en belemmerd wordt door remmende overtuigingen en gevoelens, zal dit niet op eigen houtje op kunnen lossen en ook niet kunnen voorkomen dat hij steeds opnieuw in dezelfde valkuil tuimelt.


 

 'JONG GELEERD, OUD GEDAAN!'

 
‘Ik geloof wel dat dat bestaat, maar als je daar last van hebt, is het toch aan jezelf om het op te lossen,’ sprak een van de dames met wie ik door Italië reisde, toen ik haar vraag over mijn boeken beantwoordde. Ik vond het knap dat ze erkende dat bore-out bestaat, maar verder maakte haar reactie me niet blij. Dat zag ze blijkbaar aan mijn gezicht en ze vervolgde. ‘Als je zo’n tegenzin in je werk hebt dat je er ziek van wordt, ga je toch iets anders doen. Banen genoeg!’
 
Aha, dat was een ‘oude bekende’ en omdat ik het uitleggen van dit vraagstuk als mijn missie zie, vertelde ik dat er niet altijd zo veel banen zijn als vandaag de dag, dat het te vinden werk mogelijk niet past bij wat je wilt en kunt en dat je soms ziek bent voordat je er erg in hebt. Je weet immers  niet wat er met je gebeurt.
 
Mevrouw luisterde fronsend. Kon het echt zo erg zijn?  Daar kon ze zich niets bij voorstellen. Waarom lieten mensen het dan zo ver komen? Dus begon ik aan deel twee van mijn uitleg. Dat die mensen soms de vaardigheden, durf en het zelfvertrouwen missen om in actie te komen en dat dat kan komen door hun opvoeding.



 
Termen als bovenstroom, onderstroom, onderbewuste, loyaliteit en familiesysteem laat ik maar achterwege in zo’n gesprek. Het moet begrijpelijk zijn voor iedereen.
 
Ik vroeg haar of ze ervaring had met burn-out en ze knikte naar haar echtgenoot. Ruim een jaar had hij ziek thuis gezeten. ‘Maar’ ging ze verder, ‘het lag ook wel 'n beetje aan hemzelf. Hij kon geen nee zeggen en laadde altijd te veel hooi op zijn vork en dacht dat als hij iets niet oppakte, niemand het deed’. Ik vroeg haar waar hij dat geleerd had en ze antwoordde peinzend: ‘Vroeger bij hem thuis natuurlijk. Hij was de oudste van vijf kinderen en zijn vader stierf, toen hij 8 was. Als je als kind leert voor alles verantwoordelijk te zijn, kun je later natuurlijk makkelijk burn-out raken.’ Ik vroeg haar of hij dat nog steeds zo deed. ‘Nee, sinds hij therapie heeft gehad, geeft hij gelukkig sneller zijn grenzen aan,' was haar reactie.

Ik zweeg even voordat ik mijn laatste vraag stelde: Of ze zich kon voorstellen dat het bij bore-out ook zo gaat dat je als kind dingen vroeger geleerd hebt waar je nu veel last van hebt en dat je hulp nodig hebt om dat te veranderen. Ze knikte langzaam: ‘Ja, dat geloof ik wel.’
 
Ze begon het te begrijpen. Toch is haar originele reactie op dit moment helaas nog maatgevend voor hoe het gemiddelde publiek kijkt naar bore-out, wat het voor de mensen die hiermee te maken hebben moeilijk maakt om zich te melden en hulp te zoeken.
 
Ook dat hoop ik een beetje te veranderen met het werk dat ik doe in het kader van een (dreigende) bore-out.
 

zondag 11 april 2021

 

ZO’N DROOM IS GEEN BEDROG…

 

Rond drie uur ontwaakte ik uit een vermoeiende droom. Dat wat ik nog wist, liet ik de revue passeren.

 

Ik was docent en teamcoördinator brugklas, een functie die ik tien jaar bekleedde, zonder en soms met lessen ernaast. Ik had drie klassen onder mijn hoede en moest tegelijk een etentje voor iedereen klaarmaken. Begin er maar aan!


Hoewel ik probeerde om al die tegenstrijdige taken voor elkaar te krijgen, bleek dat natuurlijk onmogelijk. Ik had alleen bergen spareribs (?) in voorraad. De groente had ik versneden tot paardenvoer. De butagasflessen (?) waren leeg en toen in elke klas een ouder overleden bleek te zijn en ik daar aandacht aan wilde besteden, werd ik wakker…

 

Geleidelijk aan kon ik sommige ingrediënten van mijn droom duiden. Ik koop wekelijks  wortelen voor de paardjes in een naburige wei. Vind ik leuk en zij vinden het prachtig. De wortelen staan al klaar, vandaar die verhakkelde groente.



Het uiterst verdrietige element betrof natuurlijk de overleden ouders. Totdat ik besefte, dat ik gisteren in de krant las over een ex-leerling, die 27 jaar oud, overleed aan een hersentumor. Toen ik enkele maanden geleden vernam dat ze ziek was geweest, was ze net gezond verklaard. Niet dus! 27 jaar oud, in de bloei van haar leven. Een zeer getalenteerd meisje, dat altijd goed gehumeurd en met gemak haar taken deed. Begaafd op veel terreinen en betrokken bij alles om haar heen. Doodzonde! Dat ik de familie ken, raakt extra diep.

 

Te veel om zomaar op een rijtje te krijgen, aldus mijn droom. Ik dacht aan het schooljaar toen ik als brugklasmentor eerst met een overleden moeder en later met een overleden vader te maken had. De eerste was al lang ziek, de tweede stierf heel plotseling. Zijn vrouw en hun zoon zaten de avond ervoor dodelijk ongerust bij mij in een tienminutengesprek. Ze hadden voor de school met hem afgesproken, maar hij kwam niet opdagen. Zittend op zijn kantoorstoel werd hij dood aangetroffen. Hartinfarct. De moeder van de tweede leerling stierf aan kanker. Twee rouwende leerlingen in één klas, de een stortte zich op zijn schoolwerk, de ander kon zich er niet meer toe zetten.


 

Ook die keer gingen we als klas naar de uitvaartdienst. De klassenvertegenwoordiger verzamelde opnieuw de namen op een condoleancekaart.  Hij ging voor het bord staan en zei vastberaden: “Niet met hartjes en bloemetjes. Dat past nu niet!” Zo volwassen voor een twaalfjarig mannetje.

 

Eerst had ik geen hekel aan lesgeven, maar het sociaal emotionele element van mijn werk en wat ik daarin kon betekenen, brachten me altijd al meer. Geen wonder, dat ik het niet meer trok toen dat tot het absolute minimum werd gereduceerd en ik tenslotte bore-out raakte...

 

maandag 5 april 2021

 

BORE-OUT EN WAT DE

 WERKGEVER KAN

 DOEN…

Sinds de publicatie van mijn boek “Bore-out, een praktische handleiding voor begeleiders”, werd ik enkele keren benaderd door mensen, die zich herkennen in mijn verhaal op social media en in de krant. Hun reacties herinneren aan de interviews, die ik hield voor het boek.

Wat mij steeds weer raakt, zijn de boosheid en frustratie in die verhalen. Het zich niet gezien en gerespecteerd voelen als deze mensen ten einde raad aankloppen bij hun werkgevers in de hoop gehoor te vinden voor hoe ze hun werksituatie ervaren.

Ik herken die boosheid, frustratie en wanhoop, want die lagen bij mij ook lang vooraan. Ik zat er zo mee vol, dat er nauwelijks wat anders meer bij kon. Maar hoe begrijpelijk en voorstelbaar die emoties ook zijn en hoezeer ook gebaseerd op nare ervaringen, intussen weet ik, dat je er niet verder mee komt en dat je jezelf tekort doet, als je er lang in blijft hangen. De meeste werkgevers gaan er niet sneller door bewegen en jij zet jezelf ‘on hold’. Als een stationair draaiend autootje hang je vast in de modder. Je pruttelt, ronkt, produceert rookwolken en zelfs vonken, maar al die activiteiten kosten energie die je aan niets anders kunt besteden. Totdat de energie opraakt en het autootje bewegingsloos stil staat. Als je situatie op locatie niet verbeterd kan worden, is mijn advies: ga elders verder zoeken, zeker als je nog flink wat werkzame jaren te gaan hebt. En ik weet donders goed, dat dat gemakkelijker gezegd is dan gedaan!



Ligt de bal dan volledig bij de persoon, die bore-out is of dreigt te raken en verantwoordelijk is voor zijn eigen welbevinden? Zeker niet!

Mijn boek is weliswaar vooral geschreven voor coaches en therapeuten, maar als zij in beeld komen, is het eigenlijk al te laat. Hun curatieve activiteiten zijn namelijk veel minder nodig, als werknemers opereren in een gezond werkklimaat. Beter voorkomen dan genezen!

Natuurlijk mag je van mensen verwachten dat ze niet als makke schapen de afgrond in wandelen en dat doen de meeste ook niet. Zo lang ze nog energie  hebben, zullen ze heus op zoek gaan naar verbetering van hun situatie. Meer werk, en/of werk dat past bij hun kwaliteiten en interesses. De ervaring leert alleen, dat ze dan vaak bij gesloten deuren komen. Ze worden niet gehoord, worden gehoord door iemand die geen bevoegdheden heeft en dus niets voor hun kan verbeteren, of ze worden afgescheept met loze beloftes. Als dat je herhaaldelijk overkomt, is het moeilijk om constructief te blijven zoeken.

Natuurlijk zijn er ook gevallen, die serieus worden genomen. Die de eerlijke boodschap krijgen, dat de werkgever niets voor hun kan betekenen, maar wel adequaat worden begeleid naar meer passend werk. Of met wie de werkgever binnen het bedrijf op zoek gaat naar een oplossing. Maar die mensen raken niet bore-out, dus  hun betreffen de verhalen niet.

Ik ga ervanuit dat de gemiddelde werkgever niet alleen uit is op de grootst mogelijke winst voor zijn bedrijf, maar ook een vruchtbaar en mensvriendelijk werkklimaat wil borgen. Dat hij er als een goede vader of moeder wil zijn voor zijn werknemers, die immers een belangrijk bestanddeel vormen van het bedrijfskapitaal. Dat hij beseft, hoe loyaal mensen zijn, als ze op hun werkgever kunnen rekenen. Dat werknemers die hun werk met tegenzin doen, steeds minder gaan presteren.

Maar behalve minder productief worden ze ook minder gelukkig. En wordt er dan niet ingegrepen, dan gaat het van kwaad tot erger. Van ongelukkig via doodongelukkig naar ziek en soms eindigt het zelfs in een depressie. Wie ziek thuis zit met een bore-out, leeft niet alleen zelf in een beroerde situatie, hij is ook waardeloos voor het bedrijf.

Deze ellende is grotendeels te voorkomen met een constructief personeelsbeleid. Door je als werkgever op de hoogte te stellen van de krachten die kunnen leiden tot burn-out en bore-out. Te beseffen, dat het allebei sluipmoordenaars zijn. Regelmatig ontwikkelings- en voortgangsgesprekken te houden. Voldoende tijd hiervoor uit te trekken. Voor een veilige plek te zorgen waar privacy heerst, een open oor, een open hart en de bereidheid om met de wensen en behoeftes van je personeel mee te bewegen. Geen enkele werknemer verwacht meteen een pasklare oplossing. Veel zal onmogelijk zijn, maar veel is dat ook niet. De oprechte inzet om samen naar die oplossing te zoeken, maakt dat de werknemer zich herkend, erkend, gezien en gerespecteerd voelt en dan is al veel gewonnen.

Mijn boek eindigt met de tekst van rabbi Abraham Joshua Twerski over hoe kreeften groeien in een steeds weer te krappe schelp. Hoe onprettig ze zich daar keer op keer voelen. Hun terug persen in die schelp is niet de oplossing. Wie uit zijn jas is gegroeid, zal er nooit meer in passen en als die jas kapot  gescheurd is door alle geweld, is hij nauwelijks nog te repareren.



 

 

 

 

 

vrijdag 28 augustus 2020

 

Hoe verveling ook leuk en nuttig kan zijn!

“Vijf redenen om je ouderwets te vervelen,” kopte een artikel van GGZ-nieuws*, dat ik online volg. Ik moest goed kijken, of ik las wat ik dacht te lezen, maar het klopte echt.

In het bewuste artikel wordt duidelijk gemaakt, waarom het ‘goed’ is je af en toe stierlijk te vervelen.

In mijn kruistocht tegen verveling op het werk, waar mijn volgende boek over gaat, was ik bijna vergeten, dat verveling soms helemaal niet negatief hoeft te zijn en ik besefte hiervoor een pas terug te moeten zetten.

Een flink aantal passen zelfs, naar het moment waarop ik het woord ‘boreout’ voor het eerst hoorde, een jaar of  drie geleden. Het fenomeen ‘verveling’ associeerde ik toen nog met min of meer verwende kinderen, die ondanks zeeën van vrije tijd en goed gevulde speelgoedkisten niet kunnen bedenken wat te doen.


“Mam, ik verveel me zo!” was de landerige tekst, die mijn moeder vroeger ook van mij nogal eens te horen kreeg. Meestal was ze dan bezig met een huishoudelijke klus of met haar naaiwerk. Toen ik een jaar of vijftien en ouder  was,  reageerde ze in de trant van: “Prima meid, wil jij dan de badkamer en de wc even voor me schoonmaken, dan kan ik hier doorwerken?” of  “Er staat nog een emmer boontjes voor de inmaak. Wil jij die dan even schoonmaken en snipperen?” Eerder in mijn leventje pleegde ze op te staan, me bij mijn schouders vast te pakken en me naar de speelkamer (ja, die hadden we!) te dirigeren met de woorden: “Ga daar dan maar eens kijken, wat je allemaal kunt doen!”

En er was genoeg te doen. Die hele kamer lag vol met speelattributen van mij en mijn jongere broer, die gedurende veel verjaardagen en Sinterklaas- en Kerstfeesten verzameld waren. Dus in principe hoefde ik maar te kiezen.

Maar ik wilde daaruit niet kiezen: ik wilde me vervelen! Niet weer diezelfde pop aan- of uitkleden, een kleurplaat binnen de lijntjes vullen en nog minder wilde ik met het springtouw naar buiten om ‘lekker’ te springen. Ik wist meestal wel al snel wat ik wel wilde, maar kwam daar pas achter langs de lijn van de verveling.

Vaak kostten de dingen die ik bedacht geld en dat was bij ons thuis maar in zeer beperkte mate aanwezig. Maar aan het begin van een vakantie kreeg ik soms toch wat ik wilde: esbit blokjes om ‘echt’ (onder begeleiding van mijn moeder) te kunnen koken op mijn fornuisje, een paar knotten wol om een vestje te breien voor mijn pop, of een lap stof en wat lapjes vilt en borduurgaren om een klederdrachten wandkleed te maken met bijdragen uit de hele wereld. Soms zorgde de speelkamer ook wel voor inspiratie. Dan zette ik mijn poppen en beren op een rijtje voor het schoolbord en ging ‘juf’ spelen, of ik nam mijn schepjes en emmertjes mee naar buiten om in een modderplas ‘gehaktballetjes’ te draaien. Passies manifesteren zich vaak al op jonge leeftijd!


Verveling kan je motiveren om een zinvollere activiteit te ontplooien, volgens het bewuste GGZ-artikel, dat deze stelling weer heeft van psycholoog, Wijnand van Tilburg, die dat zei in de Volkskrant. Ook is er een aantal gezondheidsvoordelen aan verveling verbonden, aldus de psycholoog. Je eerdere (gebrek aan) activiteit voldoet niet aan een natuurlijke behoefte aan prikkels en  dat is een signaal om jezelf uit een zinloze routine te halen. Als je jezelf daar succesvol uit weet te trekken, maakt dat je creatiever, waardoor je je kalmer en gelukkiger voelt, wat goed is voor je persoonlijke ontwikkeling, je concentratie en je zelfvertrouwen.

Deze vijf gezondheidsredenen in aanmerking genomen, is het ook meteen weer duidelijk, waardoor een boreout tijdens en ten gevolge van werkomstandigheden zo schadelijk kan zijn.

Het meest fundamenteel in dit rijtje is m.i. het aspect ‘creativiteit’. Het is belangrijk voor je brein om af en toe te ‘niksen’, omdat je juist dan de meest inspirerende ideeën kunt krijgen. Je af en toe vervelen is dus helemaal niet erg, integendeel. Je vrije geest kan zich dan even met iets anders bezig houden en al zijn creatieve vermogens benutten.

Als die creativiteit dan vervolgens ook gehonoreerd wordt en een goede uitweg kan vinden, is het effect van verveling alleen maar positief.

En daar zit ‘m de crux: als de periodes van ‘niksen’ eerder regel dan uitzondering zijn, je creatieve vondsten steeds de kop in worden gedrukt en je er geen kant mee uit kunt, maakt dat je allesbehalve kalm en gelukkig, wordt je persoonlijke ontwikkeling alleen maar  afgeremd en worden je concentratie en zelfvertrouwen steeds kleiner.

Alle reden dus om het fenomeen ‘boreout’ serieus te nemen. Af en toe even freewheelen tijdens je werk is prima, maar als je dagen, weken, maanden en soms zelfs jaren zo goed als niets (zinnigs en uitdagends) te doen hebt, is dat uiteindelijk funest voor je  welbevinden en gezondheid.

 

*Vijf redenen om je ouderwets te vervelen/www.ggznieuws.nl/26-8-2020

woensdag 19 augustus 2020

 

Bijna vijf maanden later, een Echternach 

processie…?

Als ik een blik werp op mijn blogteksten over boreout en burnout, zie ik dat de laatste al van eind maart dateert. Er is veel gebeurd in de tussentijd en als we niet goed uitkijken met zijn allen, belanden we in een soort Echternach processie.

Voor wie deze spring- of dansprocessie niet kent: het is een ceremoniële, katholieke optocht, die jaarlijks in de Luxemburgse stad, Echternach, wordt gehouden ter ere van Sint-Willibrordus. Hoewel ze in de loop der eeuwen enkele veranderingen heeft ondergaan, gebeurt dat al sinds de Middeleeuwen. Sint-Willibrordus zou de genezer zijn van de Saint-Guy-kwaal, oftewel epilepsie.

Hoe deze bijna twee uur durende processie spreekwoordelijk is geworden? Na een korte mis bij de rivier, de Sûr, wordt de weg vervolgd naar de abdij van Echternach. De deelnemers zijn met elkaar verbonden met witte zakdoeken en ze springen in de maat van de processiemars afwisselend op hun linker- en rechtervoet. Beetje vreemd gezicht, maar ‘geen probleem’, zou je zeggen. Maar deze manier van springen kwam in 1947 in de plaats van het voormalige ritme – drie stappen vooruit en twee achteruit, dat werd aangepast, omdat het tot een chaotisch verloop zou leiden.


Dit laatste aspect, dat leidde tot een enorme vertraging van de tocht, is het beeld, dat de coronacrisis soms bij mij oproept. Een chaotisch beeld, doordat maatregelen, die door de overheid worden ingesteld, vaak nogal onduidelijk en willekeurig zijn, maar ook de dreigende weg terug, nadat we enkele maanden vooral vooruit zijn gegaan. We zullen er met ons gedrag zelf voor moeten zorgen, dat we straks niet weer maandenlang in een ‘intelligente lockdown’ belanden. Geduld en creativiteit zijn geboden.

Kijkend naar de voornemens, die ik in maart zelf heb gemaakt, blijk ik me er aardig aan te hebben gehouden. Hoewel tuinieren niet mijn hobby is, houd ik mijn bloemen en planten goed bij, waardoor ik ondanks de hittegolf van de laatste weken vanuit mijn werkkamer nog steeds uitzie op een kleurenpracht. Ik vermoed, dat ik meer water heb gesproeid, dan volgens Vitens verantwoord is, maar ach, wie maandenlang vooral thuis zit, moet toch iets!



Ik heb de berging uitgemest en de gemeente het afval laten ophalen. Ondanks dat dat al weer ruim een maand geleden is gebeurd, ziet de ruimte er tot mijn tevredenheid nog steeds netjes uit. Zelfs de gordijnen van mijn woonkamer heb ik gewassen en vergis je niet: dat is ‘a hell of a job’,  waar drie goed gevulde wasmachines aan te pas komen. Twee weken geleden heb ik, na maanden alleen in Venlo te zijn geweest, de stoute schoenen aangetrokken en ben gewapend met mondkapje met het OV naar het zuiden gereisd om mijn broer en schoonzus te bezoeken. Keurig tussen de spitstijden in, waardoor dat prima te doen was. In juli is de yoga weer voorzichtig op gang gekomen. Mijn groep was – helaas voor de leraar -  zo klein, dat we niet anderhalve meter, maar wel vier meter afstand konden houden.

De derde versie van het manuscript van mijn boek over boreout is gepasseerd en besproken en na aanpassing behalve naar mijn vaste meelezer, ook naar zijn eenmalige collega’s gestuurd. Dat levert heel prettige, maar soms ook pijnlijke reacties op en ik houd mezelf maar voor, dat ook die laatste erbij horen. Het allerbelangrijkste is immers, dat mensen zich van het thema bewust worden en de discussie erover op gang komt. Daar heb ik niet alleen zelf belang bij, maar ook mijn ‘lotgenoten’, die – net zoals ik -  vaak het gevoel hebben gehoord noch gezien te worden. Elke reactie is beter dan geen enkele reactie!

Tot slot ben ik zelfs aan een cursus Engels voor gevorderden begonnen. De specifieke reden waarom ik dat deed, laat ik in het midden, totdat ik zeker weet, of ze van toepassing is. Raadselachtig, hè?  Laat ik vooropstellen, dat ik er hoe dan ook profijt van zal hebben, als mijn schoolengels wat wordt opgekrikt. Dat ik de lessen met veel plezier doorneem, is het voornaamste.

Alles overziend lijkt het bijna, alsof corona voor mij een feestje is, maar daar passen toch enkele kanttekeningen bij. Een van mijn nichten lag wekenlang in coma en heeft het ternauwernood gehaald. Haar jongere zus, die met longkanker in een hospice verbleef, is aan corona bezweken… Dat zijn nog maar twee van de slachtoffers, die ik van redelijk nabij kende. Hoewel ik vrijwel iedere dag minimaal een uur heb gewandeld, zaten er veel dagen tussen, waarop ik mensen hooguit op tien meter afstand zag en soms zelfs dat niet. Weken waarin ik niet in de supermarkt kwam, maar mijn boodschappen werden afgeleverd door Picnic. De bezorger plaatste de volle plastic zakken keurig voor mijn voordeur, groette op gepaste afstand en vertrok weer snel met zijn autootje. Mijn beide vakanties zijn geannuleerd en ik ben sinds vele decennia niet zo lang achter elkaar ‘alleen maar thuis’ geweest.  Ik zou het wel fijn vinden, als ik weer eens zou worden aangeraakt, want dat is voor het laatst begin maart gebeurd. Ook schoonmaken is niet mijn hobby, maar mijn meubilair heeft in die periode heel wat meer fysieke aandacht en zorg mogen ervaren dan ik.


Gelukkig heb ik Noortje, mijn poes. Die mag ik naar hartenlust knuffelen en dat doe ik ook. We hebben volop kopjes, kusjes en kriebeltjes uitgewisseld. Ze heeft pas een nieuw ritueel ontwikkeld:  als ze me ziet, gaat ze languit op haar rug liggen en rolt van de ene naar de andere kant, zodat ik haar rondom overal kan aaien. Daar geniet zij niet alleen van.

Wat ik vooral wil zeggen is, dat de ongemakken voor mij vervelend en soms ook pijnlijk, maar niet onoverkomelijk zijn. Dat ik het nog steeds opbreng om me aan de regels te houden en angstvallig om me heen kijk, of anderen dat ook zo goed mogelijk doen. Tot er een vaccin is, dat op grote schaal kan worden ingezet, hebben we immers niet zo veel te kiezen.

Maar verveeld heb ik me geen seconde en ik hoop, dat dat voor de meeste mensen geldt. We zullen er zelf van moeten maken wat ervan te maken is. Van Sint-Willibrord kunnen we immers niet verwachten, dat hij naast epilepsie ook covid-19 voor zijn rekening neemt. Laat ik maar gauw aan mijn volgende les Engels beginnen…