dinsdag 14 januari 2025

 IS HET EEN NICHE?


‘Je hebt een niche nodig,’ zei ze. Om mijn coachbedrijf onder de aandacht te brengen, had ik mijn website vernieuwd en een businesscoach gevraagd ernaar te kijken.

Ze vond mijn aanbod te breed en te algemeen. De wereld had volgens haar specialisten nodig. Wie in de winkelstraat loopt, wil immers precies weten waar je muffins kunt kopen en daar niet eerst een hele supermarkt voor af moeten struinen.


Zo werd ‘faalangst’ mijn eerste niche, niet omdat ik dat ooit zo had ervaren, maar omdat ik er het meest ervaren in was. Ik kon me moeilijk presenteren als coach voor een specialisme waar ik weinig weet van had.

Al snel schreef ik meer dan ik coachte en kwam er een boek over mijn niche, faalangst. Kort daarna ontdekte ik dat ik last had gehad van bore-outklachten, toen ik vervroegd met pensioen ging, een fenomeen waar in ons land nog geen boek over verschenen was. Mijn nieuwe niche was geboren.

Mijn eerste boek over dit thema werd begroet als een uitdaging, een gat in de markt waar je op diverse terreinen winst mee kon boeken. Het tweede volgde vlotjes. Bij het derde kreeg ik ineens te horen dat bore-out slechts een niche is, een te kleine doelgroep heeft en er geen eer aan te behalen valt. Zo kreeg het woord ‘niche’ een nieuwe betekenis.

Het boek kwam er toch en bij het exemplaar dat nu op stapel staat over het bedriegersfenomeen kreeg ik weer zo'n commentaar. Het is te onbekend, geniet te weinig belangstelling en er zit dus geen muziek in. Ook weer een niche? Mogelijk heb ik iets met niches, maar ik zie dat toch anders.

Allereerst biedt een niche kansen, als je ze slim in de markt zet. Daarnaast blijft iets wat geen aandacht krijgt, eeuwig een niche. Maar bore-out was al lang geen niche en het bedriegersfenomeen is er nog minder een, tenminste als je naar het aantal direct betrokkenen kijkt. Een onderzoek wees uit dat driekwart van de vrouwen en de helft van de mannen in enige mate last van dit verschijnsel heeft.* Meer dan 60% van de mensheid.

Het fenomeen is niet onbekend, doordat het nauwelijks voorkomt, maar doordat veel mensen die ermee rondlopen, zich niet veilig genoeg voelen om erover te praten en er dus het zwijgen toe doen. Als we het als een niche blijven zien, is er voor hen ook geen stimulans om dit zwijgen te doorbreken. Het is een fenomeen in een verdoken hoekje van de maatschappij dat daar een triestig leven leidt…

Door meer mensen voor dit onderwerp te interesseren, moet het lukken daar verandering in te brengen. Hopelijk zal mijn boek daartoe bijdragen.


* Stadelmaier, V. (2014) F*ck die onzekerheid, Nooit meer (onterecht) bang om door de mand te vallen

zondag 15 december 2024

MEER OVER BEDRIEGERSGEVOELENS:

HET BEEST IN DE OGEN KIJKEN...

Regelmatig krijg ik de vraag waarover mijn nieuwe boek gaat. Ook van collega-coaches, die het fenomeen vaak nauwelijks kennen. Het bedriegersfenomeen, beter bekend als impostersyndroom, komt in veel spreekkamers zelden tot nooit voorbij en de vraag is dan al snel: 'Is het echt zo'n groot probleem?' 'Zeker,' is dan mijn stellige antwoord.


Een van de personen die ik sprak, zelf ook coach, vertelde mij dat hij er zijn cliënten vaak expliciet naar vraagt. ‘Heb je wel eens het gevoel dat je prestaties niet het gevolg zijn van je kwaliteiten, competenties en vaardigheden? Denk je wel eens dat oorzaken buiten jou er verantwoordelijk voor zijn en dat je de boel belazert?’ Na de verbazing over de vraag volgt bij zo'n cliënt dikwijls opluchting. Blijkbaar is zijn probleem iets waar meer mensen mee te maken hebben en heeft het zelfs een naam.

Deze coach werkt vooral met mannen en veel van zijn cliënten herkennen het probleem bij zichzelf. Mannen dus, terwijl bedriegersgevoelens bij dit deel van de mensheid minder vaak voor zouden komen dan bij vrouwen. Dan is het aantal vrouwen dat positief zou reageren, mogelijk nog groter. Als je er niet naartoe beweegt, ga je voorbij aan het thema en de vraag is of je je cliënten daarmee een dienst bewijst.

Het herinnert me aan mijn tijd als leerlingbegeleider, toen ik soms leerlingen met suïcidegedachten sprak, maar het nooit gebeurde dat een van hen daar uit zichzelf mee kwam. Als je er rechtstreeks naar vroeg, was de opluchting echter vaak groot. Het beest kwam in het licht te staan, waardoor ze het makkelijker in de ogen konden kijken. Maar veel mentoren durfden de vraag niet te stellen, want wat moesten ze doen, als de leerling 'ja' zou zeggen?

Zo voerde ik ook gesprekken met mensen die nog nooit gehoord hadden van bedriegersgevoelens, maar bij het lezen van mijn oproep meteen wisten dat zij er last van hadden. Het besef dat zij er niet als enigen mee rondlopen, zorgt al voor opluchting en de mogelijkheid om erover te praten vormt een eerste stap naar heling.

Wat je niet ziet, hoort, ruikt, proeft of voelt, kan er toch wel zijn. 70% van de mensen zou in meer of mindere mate last hebben van deze gevoelens. De persoon die in je spreekkamer voor je zit mogelijk dus ook, al komt hij er zelf niet mee. Er rust namelijk veel schaamte op. Mijn advies is daarom er wat sneller naar te vragen en het bespreekbaar te maken. Als je een negatieve - en misschien wat verbaasde - reactie krijgt, is er immers niets verloren. Wel heb je dan iemand de kans gegeven om met zijn probleem tevoorschijn te komen en die eerste stap naar heling te zetten.

 

vrijdag 6 december 2024

MEER OVER BEDRIEGERSGEVOELENS:

ALADIN WAS GEEN BEDRIEGER! 

De eerste versie van het manuscript voor mijn boek over bedriegersgevoelens ligt bij mijn meeleesmaatje. Het is nu wachten op zijn feedback.

Als ik terugkijk op het productieproces, denk ik enerzijds aan al die ontkende en daardoor verspilde competenties en vaardigheden en anderzijds aan het massale gebrek aan zelfvertrouwen en zelfgevoel. Daardoor blijven de kwaliteiten als geesten verstopt in de flessen van hun eigenaars.




Het verhaal van Aladin en diens wonderlamp, een bekend sprookje uit Duizend-en-een-nacht, komt voorbij. Op een dag komt er een tovenaar, die zegt Aladins oom te zijn. Samen gaan ze naar de woestijn. Daar laat de tovenaar Aladin afdalen in een grot om een bijzondere lamp op te halen, die – als hij erover wrijft – zijn wensen kan vervullen. Behalve de lamp mag Aladin niets aanraken. Hij neemt echter zoveel schatten mee dat hij bijna niet meer omhoog kan. De tovenaar gooit kwaad de grot dicht. Hier zet ik het sprookje stil en ga weer terug naar het thema van mijn boek.

Mensen met bedriegersgevoelens bezitten in feite ook zo’n lamp. Als ze erover wrijven, zijn ze in staat tot grootse prestaties. Maar anders dan in het sprookje doen ze er alles aan om het licht niet naar buiten te laten komen. Zodra dat even wel het geval is, gooien ze de grot snel dicht.

Wat ze presteren is immers te danken aan externe factoren: het toeval, de kosmos, het weer, de vragen, hun kleding. Aan alles, behalve aan wat in henzelf besloten is en dat wat ze echt kunnen. 

Zo gebruiken ze hun energie om de geest in de fles te houden in plaats van hem enthousiast eruit te laten springen, om zichzelf toe te staan om in het licht te treden en te stralen. Zo gaat een schat aan competenties verloren. Niet alleen zijzelf blijven in het donker, ook op hun activiteiten en werkplek valt geen licht.

Aladin steelt om het leven op straat vol te houden, maar de lamp krijgt hij eerlijk van de tovenaar. Doordat hij ze naar hartenlust gebruikt, heeft het verhaal een happy end. Wat is ervoor nodig om die vele flessen te openen en ze vervolgens open te houden?



woensdag 16 oktober 2024

 BEDRIEGERSGEVOELENS EN FAALANGST   

- OVER COMPETENTIES - 


Onlangs vertelde ik, dat het bedriegersfenomeen en faalangst veel met elkaar te maken hebben. Ik citeerde de definitie van faalangst die staat in mijn boek ‘Over succes en falen in dertig verhalen…’: 'de gevolgen van misleidende, negatieve denkpatronen. Je denkt, vreest iets niet te kunnen, terwijl je objectief gezien alle kwaliteiten en vaardigheden in huis hebt, om het wel te kunnen (p. 20) Voor bedriegersgevoelens voegde ik toe: 'Je weet diep van binnen dat je het kunt en je hebt er al bewijzen van geleverd.' De angst het niet waar te kunnen maken en jezelf en de ander teleur te stellen is er in beide gevallen. Dat is het gevolg van dat bedrieglijke stemmetje in je hoofd.

Anders dan iemand met bedriegersgevoelens kan iemand met faalangst genieten van een prestatie en er ook trots op zijn. Per slot van rekening moest hij zichzelf overwinnen om die prestatie te leveren. Hij gaat ook niet meteen piekeren over een volgende keer. Dat komt wel, als het zover is.


Iemand met bedriegersgevoelens zou ook hoog scoren op competenties, maar iemand met faalangst niet. Dat laatste klopt niet, als je mijn definitie onderschrijft, waarin staat: ‘terwijl je objectief gezien alle kwaliteiten en vaardigheden in huis hebt, om het wel te kunnen’. De competentie is er, de durf niet. Ik coachte gymnasiumleerlingen, die de stof meer dan voldoende beheersten, maar toch bang waren om te falen.

Twee groepen die zich vaak melden omdat ze denken faalangst te hebben, vertel ik dan ook dat dat niet zo is, of dat het nog niet vastgesteld kan zijn. Enerzijds de groep die zich niet voorbereidt op een taak en dus terecht bang is er niets van te bakken. Anderzijds de groep voor wie een klus te hoog gegrepen is. Die bijvoorbeeld de intelligentie of het praktische inzicht mist Zo iemand kan oefenen totdat hij een ons weegt, zijn competenties zullen niet voldoende verbeteren. Van faalangst kan pas sprake zijn, als je 'werkt' op je eigen niveau.

Ben je lid van de eerste groep, dan ben je meer gebaat bij een training in bijvoorbeeld studievaardigheden, zodat je leert dat een goede voorbereiding het halve werk is. In de tweede groep ben je beter af met een klus of opleiding van een niveau dat beter bij je past. Faalangstcoaching is dan een uitzichtloze exercitie. Tijdens het uur van de waarheid ben je bang om te falen, maar hebt dan waarschijnlijk terecht angst, geen faalangst.

zondag 6 oktober 2024

 

BEDRIEGERSGEVOELENS

EN DE ANGST OM TELEUR TE STELLEN

De angst om anderen teleur te stellen, speelt bij bedriegersgevoelens een belangrijke rol. Die angst heeft z’n oorsprong meestal in je jeugd, toen je noodgedwongen taken op je nam, die eigenlijk niet bij een kind van jouw leeftijd hoorden en die dus maten te groot voor je waren.



Jij nam het bijvoorbeeld op je om je moeder en de andere kinderen tegen het gewelddadige gedrag van je vader te beschermen. Wat natuurlijk niet lukte, want jij was klein en je vader groot en veel sterker dan jij. Of je zag het als je taak om je vader gelukkig te maken na het overlijden van je moeder. Maar jij was een kind en hoe je ook je best deed, er waren veel momenten waarop je besefte tekort te schieten.

In mijn tweede boek over bore-out*  beschreef ik in het hoofdstuk over schaamte uitvoerig hoe ik als vierjarig meisje een keer ’s avonds laat wakker werd en alleen in huis bleek te zijn met m’n enkele maanden oude broertje. De angstige gebeurtenissen die daarop volgden, maakten dat ik nog vele jaren verschrikkelijk bang ben geweest om alleen gelaten te worden. Maar ik kreeg steeds beter in de gaten hoe vervelend dat voor mijn ouders was: geld voor een oppas was er niet en ik vormde de belemmering voor hun gezellige avondjes uit en ging me daar steeds schuldiger over voelen.

Kinderen en zeker kleine kinderen weten nog niet zoveel van de wereld en ze kennen alleen de situatie in hun eigen gezin. Daardoor weten ze niet wat ‘normaal’ en ‘abnormaal’ kan worden genoemd en wat verwacht mag worden van kinderen van een bepaalde leeftijd. Dat het niet de taak van een kind is om geweld in zijn gezin af te wenden, om vader gelukkig te maken door moeder te vervangen of om te zorgen dat ouders ’s avonds op stap kunnen zonder oppas te regelen.

Maar ze hebben het idee dat ze dat wel moeten kunnen en voelen zich tekortschieten, als ze er niet in slagen. Ze zijn niet in staat om aan hun eigen hoge standaard te beantwoorden en voelen zich bedriegers. Als dat gevoel, niet goed genoeg te zijn, niet in een vroeg stadium ontzenuwd wordt, vormt het de basis voor impostergevoelens in hun latere leven. Ze zijn snel bang anderen teleur te stellen en ook al doen ze dat niet, de angst dat het toch zou kunnen gebeuren, is er permanent. De angst om ontmaskerd te worden en met de billen bloot te moeten…

* Bore-out. Over chronische verveling op je werk, hoofdstuk 8

woensdag 28 augustus 2024

 BEDRIEGERSGEVOELENS  EN FAALANGST, 

WAT IS HET VERBAND?



Faalangst en het bedriegersfenomeen zouden weinig met elkaar te maken hebben. Daar denk ik toch anders over.

In 2019 verscheen mijn boek, 'Over succes en falen in dertig verhalen en dertig oefeningen'. Ik schreef het rondom casuïstiek die ik in de loop der jaren op het gebied van faalangst (en succesangst) tegenkwam. Casuïstiek die de vorm kreeg van verhalen, oorspronkelijk geplaatst in dit blog.

Ik coachte jarenlang mensen om beter te leren omgaan met hun faalangst, kinderen en volwassenen, individueel en in groepen. Na verloop van tijd werkte ik ook systemisch, maar ik had nog nooit gehoord van het bedriegersfenomeen of - zoals ik het nog liever noem - bedriegersgevoelens. Nu weet ik dat veel mensen die ik toen voorbij zag komen, daar last van hadden, hoe jong ze soms ook waren.

Niet bij elke faalangst is ook sprake van bedriegersgevoelens, zoals niet elke bloem een roos is, maar bedriegersgevoelens zijn wel degelijk een vorm van faalangst. In mijn boek definieer ik faalangst als 'de gevolgen van misleidende, negatieve denkpatronen. Je denkt, vreest iets niet te kunnen, terwijl je objectief gezien alle kwaliteiten en vaardigheden in huis hebt, om het wel te kunnen (p. 20) Voor bedriegersgevoelens zou ik toe willen voegen: 'Je weet diep van binnen dat je het kunt en je hebt er al bewijzen van geleverd.' Maar de angst het niet waar te kunnen maken en jezelf en de ander teleur te stellen is er in beide gevallen. Dat is het gevolg van dat bedrieglijke stemmetje in je hoofd. 

Iemand met faalangst kan genieten van zijn prestatie, als hij ze tenslotte heeft neergezet. Hij gaat dan niet meteen piekeren over een volgende keer dat hij niet tot iets vergelijkbaars in staat zou zijn. Daarmee kan hij wachten tot zo'n volgende keer zich aandient. Het hoeft ook niet om dezelfde taken te gaan: de ene keer is het een toets of examen, de andere keer een toespraak tijdens een familiediner of een voorspeelbeurt in een muziekles. Bij deze soort faalangst is naar mijn idee wat minder sprake van een vicieuze cirkel.

Maar beide fenomenen kosten sloten energie. Ze veroorzaken stress en gaan ten koste van de levensvreugde van de bewuste persoon. Ze kunnen diep in iemand verankerd raken en zijn niet zomaar op te lossen. In mijn boek over bedriegersgevoelens zal ik dat uitgebreid aan de orde stellen.

 

De meeste verhalen heb ik na de publicatie van mijn boek uit mijn blog verwijderd. Je vindt er hier nog één, 'Jonglerend door het leven.’

zaterdag 11 mei 2024

 

SJOEMELEND DE WERKDAG DOOR

Als de eerste collega’s rond half negen binnendruppelen, is Bart al twintig minuten op zijn post. Hij zit ingespannen naar zijn computerscherm te turen, alsof er wat belangrijks te zien is. In werkelijkheid bekijkt hij de site van zijn favoriete reisbureau. Over drie maanden heeft hij vakantie en het is de hoogste tijd om daar afspraken voor te maken. Sri-Lanka, dat lijkt hem wel wat. Hij neemt zich voor zo’n optocht met versierde en verlichte olifanten te gaan bekijken. Een perahera, zoals zo’n stoet blijkbaar heet. Langzaam dwalen zijn gedachten af richting Azië.


Hij surft van de ene pagina naar de andere en schrikt op, als zijn collega plaatsneemt voor het bureau naast het zijne. Op de achtergrond hoort hij de stem van zijn baas. Snel gaat hij naar het bestand van een projectvoorstel dat hij moet schrijven. Het enige van deze maand. Werk voor een dag of vier, maar hij is er al drie weken mee bezig. Niet, dat iemand geïnteresseerd is in het resultaat. Als het over een half jaar niet klaar is, zal er misschien ook niemand naar vragen.

Toch begint hij op de toetsen te meppen, alsof zijn leven ervan afhangt. Als de stem van zijn baas uit zijn gehoor verdwenen is, gaat hij weer terug naar Sri Lanka. Zo’n theeplantage tegen de heuvels lijkt hem ook wel een bezoekje waard.

Als zijn collega naar een vergadering in de ruimte ernaast vertrokken is, vult hij op zijn gemak het boekingsformulier in. Zijn vrouw – die hij even belt – vindt Sri Lanka een prima idee. Hij noteert de paspoortnummers en het polisnummer van hun verzekering. De gegevens van zijn oudste zoon geeft hij door voor het geval hun iets overkomt. Wat zou hem kunnen overkomen in dat land? Een ongeluk? Zoveel verkeer is er niet volgens hem. Misschien zijn er in het ziekenhuis wel leuke verpleegsters. Hij stelt zich voor dat hij daar ligt naast een raam met uitzicht op de bergen. Prima toch! Alles is beter dan weer terug moeten keren naar dit kantoor waar de verveling langs de muren druipt.

Zijn baas belt om een vergadering af te spreken. “Moet Pieter daar ook bij zijn?” vraagt hij. “Ja, natuurlijk, wat dacht jij?” Hij zoekt lang in zijn lege agenda naar een geschikt moment. Ineens bedenkt hij dat Pieter dinsdag op werkbezoek is. “Dinsdagmorgen van 10.30 tot 12.00 uur kan ik wel.” “Oké, dan doen we dat, waarschuw jij Pieter even?” “Zeker”, antwoordt hij afgemeten, “ik stuur de agenda wel door.” Om vervolgens weer te vertrekken naar zijn gedroomde vakantiebestemming met de opgetuigde olifanten en de thee…

Na de lunch loopt hij naar buiten om een wandeling te maken in het park vlak bij zijn kantoor. Op een bankje leest hij de krant en anderhalf uur later gaat hij op zijn gemak weer terug. Hij kijkt nog even naar het projectvoorstel, maar heeft echt geen zin om daar nog veel werk van te maken.

Rond half vijf vouwt hij zijn krant in zijn oversized aktetas. Verjaardagscadeautje van zijn vrouw, die zijn oude tas te klein vond voor al die stukken van kantoor waarvan hij beweerde dat hij ze in de weekends door moest nemen. Ja, ook zij is ervan overtuigd, dat hij zich uit de naad moet werken op dat kantoor. Behalve de krant, een paraplu en zijn broodtrommel zit echter niets in die tas.

Als bijna laatste verlaat hij het pand na de conciërge een prettige avond gewenst te hebben. Terwijl hij naar de metro wandelt, vertoeft hij alweer in Aziatische sferen.