HET BEDRIEGERSFENOMEEN: VEILIG ACHTER JE MASKER
Ereprijs Training en Coaching
Een blog over burn-out, bore-out en bedriegersgevoelens
woensdag 2 april 2025
vrijdag 28 maart 2025
ALS JE HET KNECHTJE BENT VAN JE SYSTEEM
dinsdag 4 maart 2025
DE NAAIMACHINE VAN MIJN MOEDER,
EEN VERHAAL…
Perfectionisme is niet aangeboren. Als perfectionisme je wordt voorgeleefd, bijvoorbeeld als ouders en/of opvoeders geen genoegen nemen met achten voor (school)prestaties, maar tienen verlangen, leert een kind dat fouten maken niet mag. Dat ze al zeker niet mogen dienen als materiaal om van te leren en om iets wat nu nog niet helemaal gelukt is, een volgende keer anders aan te pakken.
Dat ging door mijn hoofd, toen ik
vanmorgen de naaimachine van mijn moeder in de berging zag staan en ik besloot
er nog één keer over te schrijven. Hij staat klaar om opgehaald te worden door
de kringloopwinkel, die denkt hem weer aan de praat te kunnen krijgen. Ik weet
niet of dat lukt, ik heb er een hard hoofd in. Die naaimachine is ouder dan ik
ben en ik heb in september de zeven kruisjes aangetikt. Bovendien is hij niet
gebruikt, maar uitgewoond.
Oorspronkelijk was het een
trapper, ik kan me nog goed herinneren dat mam er voor 100 gulden een motor op
liet zetten. Honderd gulden, een kapitaal in mijn jeugd! Maar wat genoot ze van
het moeiteloze gemak waarmee de naald vanaf dat moment over het stof raasde.
Mijn moeder was naaister en
een verdomd goede! Naast het mijnwerkersinkomen van mijn vader zorgde haar werk voor de leuke extra’s in ons gezin, hoewel we allemaal vonden dat
ze veel te weinig vroeg voor haar naaiwerk. Bedenk hoe
arbeidsintensief dat werk was. We hadden geen telefoon, dus wie wilde weten of
ze tijd had voor een klus, kwam dat vragen aan de deur. Het raadplegen van de
modebladen volgde en het bezorgen van de te verwerken stof gebeurde tijdens bezoek nummer drie. Dan het passen,
soms wel twee keer, als er na de eerste keer veel veranderd moest worden. Het
ophalen van het kledingstuk gebeurde tijdens bezoek nummer vijf.
Al die bezoekjes kostten tijd, koffie en koekjes, want mijn moeder vond dat
haar klanten netjes ontvangen moesten worden. Maar ze rekende alleen de uren
voor het daadwerkelijke naaiwerk: patroontekenen, knippen en naaien.
Als ze aan het werk was, mocht
ik naast haar zitten, maar deed ik mijn mond open, dan werd ik de ruimte uit gestuurd.
Ik mocht kijken, maar niets zeggen en niets vragen. Als ik mam met mijn geklets zou
afleiden, zou ze de kostbare stof van haar klant kunnen verknippen en dan
waren de verdiensten naar de Filistijnen, erger nog, dan kostte het haar geld… Zo heb ik heel wat uren zwijgend
naast haar doorgebracht.
Parallel aan het kijkproces
thuis moest ik op school rechte lijnen, krommen en cirkels leren stikken. Die
waren voorgedrukt op papier en ik vond het een oersaaie en volstrekt
overbodige bezigheid. Ik kon het al lang, al had ik het alleen in gedachten
gedaan. Ik hoefde het op school niet te leren.
Maar totdat ik ging studeren,
kwam er geen naaiwerk uit mijn handen. Dat ik niet zou kunnen tippen aan de prestaties
van mijn moeder, weerhield mij daarvan. Bovendien had zij de naaimachine altijd
in gebruik. Tot ik op een dag op de markt een lap stof kocht en vastbesloten
zei dat ik daar een blouse van ging maken. Mam had de machine
ingepakt, omdat ze op dat moment niets te naaien had en ik kreeg toestemming om
hem weer uit te pakken. Ze was verwonderd, toen ik vroeg of het mocht, maar
stemde toe.
IJverig ging ik aan het werk
en tot mijn grote verbazing bleek ik veel meer te kunnen dan ik voor mogelijk
had gehouden. Al die jaren observeren hadden me meer geleerd dan ik
dacht. Ik gebruikte het radeerwieltje om een
patroon te maken, tekende het op de stof over met kleermakerskrijt en
knipte de delen uit. Daarbij dacht ik aan ruimte voor de zoom en de naden. Dat ging allemaal
goed en hetzelfde gold voor het stikwerk. Dacht ik... Het voorpand van mijn blouse had een pas (een ‘platstuk’
in mijn dialect) en net toen ik dat vast had gemaakt aan het onderste deel van
het pand, kon mam haar nieuwsgierigheid niet langer bedwingen.
Maar wat een teleurstelling: mijn werk werd resoluut afgekeurd! Dat platstuk moest uitgehaald en opnieuw, want ik had het verkeerd vastgezet. Vond zij, vond ik niet...
Het zag er netjes uit en ik zag geen reden om het te veranderen. Toen ze
aanstalten maakte om het dan zelf maar te doen, had ik mijn reden. Ze was bang dat haar klanten zouden denken dat dat prutswerk van haar was!
Ik capituleerde en zuchtend zocht ik een tornmesje om de naad los te knippen en stikte het platstuk ‘goed’ vast. Zo voegde ik me niet voor het eerst en ook niet voor het laatst naar haar idee van perfectie.
Maar ik hield van die
naaimachine, omdat hij zo verbonden was met het intieme samenzijn met mijn
moeder tijdens haar werk. Ook nadat ik er als cadeau voor mijn afstuderen
zelf een van haar kreeg, ging ik er tijdens een bezoek aan mijn ouderlijke huis
regelmatig vóór zitten.
Toen het dementeringsproces van mijn moeder jaren later snel versnelde, ze opgenomen werd in een verzorgingshuis en haar appartement enkele
maanden daarna werd ontmanteld, haalde ik de naaimachine naar Venlo. Iemand was
zo aardig het loodzware ding twee trappen voor me op te dragen om hem op de
logeerkamer te installeren. Mijn eigen naaimachine was al een tijdje ter ziele
en dus ging ik die van mam gebruiken. Tot haar vlammetje na drie jaar in dat huis nog maar op een heel laag pitje flakkerde. Terwijl haar lichtje nog zachtjes brandde,
begaf het lampje van de naaimachine het. Het nieuw aangeschafte exemplaar liet
zich niet monteren. Het apparaat was er klaar mee, net zo klaar als mijn moeder
was met haar leven. Dat was dan ook enkele dagen daarna afgelopen.
Ik heb nog even zonder
verlichting genaaid. Dat kon alleen overdag als er voldoende licht naar
binnen scheen, maar het duurde niet lang of het apparaat gaf er definitief de brui aan. Na bijna 70 jaar trouwe en intensieve dienst wilde het blijkbaar met pensioen en ik
kon niet anders dan hem dat gunnen.
Nu staat hij dus in de
berging te wachten op de ophaaldienst van de kringloopwinkel. Omdat ik op zoek ben
naar een kleinere woning, ruim ik alles wat in de weg staat op. Maar het voelt
als verraad. Zoals een renpaard na gedane zaken zijn laatste jaren mag
doorbrengen in de wei, had hij vast nog graag een tijdje in mijn huis gestaan.
Ik wil eigenlijk helemaal niet weten of het lukt hem nog aan de praat te krijgen,
maar hem bedanken voor al die jaren trouwe dienst. Hij opende voor mij deuren naar vergezichten waar ik niet eens naar op zoek was. Als ik hem zag, zag ik hem samen met mijn
moeder. En al speelde hij (of zij) een grote rol in het ontwikkelen van
mijn soms overdreven perfectionisme, ik heb ook veel goeds aan hem te danken en nog meer aan haar. Ik
houd van die machine, zoals ik van haar hield en altijd zal houden…
vrijdag 14 februari 2025
MASKERS,
MANDEN EN IJZIGE VLAKTES…
vrijdag 7 februari 2025
Is het HUN of HEN?
dinsdag 14 januari 2025
IS HET EEN NICHE?
‘Je hebt een niche nodig,’ zei ze. Om mijn
coachbedrijf onder de aandacht te brengen, had ik mijn website vernieuwd en een
businesscoach gevraagd ernaar te kijken.
Ze vond mijn aanbod te breed en te algemeen. De
wereld had volgens haar specialisten nodig. Wie in de winkelstraat loopt,
wil immers precies weten waar je muffins kunt kopen en daar niet eerst een hele
supermarkt voor af moeten struinen.
Al snel schreef ik meer dan ik coachte en kwam er een boek over mijn niche, faalangst. Kort daarna ontdekte ik dat ik last had gehad van bore-outklachten, toen ik vervroegd met pensioen ging, een fenomeen waar in ons land nog geen boek over verschenen was. Mijn nieuwe niche was geboren.
Mijn eerste boek over dit thema werd begroet als een uitdaging, een gat in de markt waar je op diverse terreinen winst mee kon boeken. Het tweede volgde vlotjes. Bij het derde kreeg ik ineens te horen dat bore-out slechts een niche is, een te kleine doelgroep heeft en er geen eer aan te behalen valt. Zo kreeg het woord ‘niche’ een nieuwe betekenis.
Het boek kwam er toch en bij het exemplaar dat nu
op stapel staat over het bedriegersfenomeen kreeg ik weer zo'n commentaar. Het is
te onbekend, geniet te weinig belangstelling en er zit dus geen muziek in. Ook
weer een niche? Mogelijk heb ik iets met niches, maar ik zie dat toch anders.
Allereerst biedt een niche kansen, als je ze slim
in de markt zet. Daarnaast blijft iets wat geen aandacht krijgt, eeuwig een
niche. Maar bore-out was al lang geen niche en het bedriegersfenomeen is er nog
minder een, tenminste als je naar het aantal direct betrokkenen kijkt. Een
onderzoek wees uit dat driekwart van de vrouwen en de helft van de mannen in
enige mate last van dit verschijnsel heeft.* Meer dan 60% van de mensheid.
Het fenomeen is niet onbekend, doordat het
nauwelijks voorkomt, maar doordat veel mensen die ermee rondlopen, zich niet
veilig genoeg voelen om erover te praten en er dus het zwijgen toe doen. Als we
het als een niche blijven zien, is er voor hen ook geen stimulans om dit
zwijgen te doorbreken. Het is een fenomeen in een verdoken hoekje van de
maatschappij dat daar een triestig leven leidt…
Door meer mensen voor dit onderwerp te
interesseren, moet het lukken daar verandering in te brengen. Hopelijk zal mijn boek
daartoe bijdragen.
zondag 15 december 2024
MEER OVER BEDRIEGERSGEVOELENS:
HET BEEST IN DE OGEN KIJKEN...
Regelmatig krijg ik de vraag waarover mijn nieuwe boek
gaat. Ook van collega-coaches, die het fenomeen vaak nauwelijks kennen. Het
bedriegersfenomeen, beter bekend als impostersyndroom, komt in veel
spreekkamers zelden tot nooit voorbij en de vraag is dan al snel: 'Is het echt
zo'n groot probleem?' 'Zeker,' is dan mijn stellige antwoord.
.png)
Deze coach werkt vooral met mannen en veel van zijn cliënten herkennen het probleem bij zichzelf. Mannen dus, terwijl bedriegersgevoelens bij dit deel van de mensheid minder vaak voor zouden komen dan bij vrouwen. Dan is het aantal vrouwen dat positief zou reageren, mogelijk nog groter. Als je er niet naartoe beweegt, ga je voorbij aan het thema en de vraag is of je je cliënten daarmee een dienst bewijst.
Het herinnert me aan mijn tijd als leerlingbegeleider, toen ik soms leerlingen met suïcidegedachten sprak, maar het nooit gebeurde dat een van hen daar uit zichzelf mee kwam. Als je er rechtstreeks naar vroeg, was de opluchting echter vaak groot. Het beest kwam in het licht te staan, waardoor ze het makkelijker in de ogen konden kijken. Maar veel mentoren durfden de vraag niet te stellen, want wat moesten ze doen, als de leerling 'ja' zou zeggen?
Zo voerde ik ook gesprekken met mensen die nog nooit gehoord hadden van bedriegersgevoelens, maar bij het lezen van mijn oproep meteen wisten dat zij er last van hadden. Het besef dat zij er niet als enigen mee rondlopen, zorgt al voor opluchting en de mogelijkheid om erover te praten vormt een eerste stap naar heling.
Wat je niet ziet, hoort, ruikt, proeft of voelt, kan er toch wel zijn. 70% van de mensen zou in meer of mindere mate last hebben van deze gevoelens. De persoon die in je spreekkamer voor je zit mogelijk dus ook, al komt hij er zelf niet mee. Er rust namelijk veel schaamte op. Mijn advies is daarom er wat sneller naar te vragen en het bespreekbaar te maken. Als je een negatieve - en misschien wat verbaasde - reactie krijgt, is er immers niets verloren. Wel heb je dan iemand de kans gegeven om met zijn probleem tevoorschijn te komen en die eerste stap naar heling te zetten.