zondag 11 april 2021

 

ZO’N DROOM IS GEEN BEDROG…

 

Rond drie uur ontwaakte ik uit een vermoeiende droom. Dat wat ik nog wist, liet ik de revue passeren.

 

Ik was docent en teamcoördinator brugklas, een functie die ik tien jaar bekleedde, zonder en soms met lessen ernaast. Ik had drie klassen onder mijn hoede en moest tegelijk een etentje voor iedereen klaarmaken. Begin er maar aan!


Hoewel ik probeerde om al die tegenstrijdige taken voor elkaar te krijgen, bleek dat natuurlijk onmogelijk. Ik had alleen bergen spareribs (?) in voorraad. De groente had ik versneden tot paardenvoer. De butagasflessen (?) waren leeg en toen in elke klas een ouder overleden bleek te zijn en ik daar aandacht aan wilde besteden, werd ik wakker…

 

Geleidelijk aan kon ik sommige ingrediënten van mijn droom duiden. Ik koop wekelijks  wortelen voor de paardjes in een naburige wei. Vind ik leuk en zij vinden het prachtig. De wortelen staan al klaar, vandaar die verhakkelde groente.



Het uiterst verdrietige element betrof natuurlijk de overleden ouders. Totdat ik besefte, dat ik gisteren in de krant las over een ex-leerling, die 27 jaar oud, overleed aan een hersentumor. Toen ik enkele maanden geleden vernam dat ze ziek was geweest, was ze net gezond verklaard. Niet dus! 27 jaar oud, in de bloei van haar leven. Een zeer getalenteerd meisje, dat altijd goed gehumeurd en met gemak haar taken deed. Begaafd op veel terreinen en betrokken bij alles om haar heen. Doodzonde! Dat ik de familie ken, raakt extra diep.

 

Te veel om zomaar op een rijtje te krijgen, aldus mijn droom. Ik dacht aan het schooljaar toen ik als brugklasmentor eerst met een overleden moeder en later met een overleden vader te maken had. De eerste was al lang ziek, de tweede stierf heel plotseling. Zijn vrouw en hun zoon zaten de avond ervoor dodelijk ongerust bij mij in een tienminutengesprek. Ze hadden voor de school met hem afgesproken, maar hij kwam niet opdagen. Zittend op zijn kantoorstoel werd hij dood aangetroffen. Hartinfarct. De moeder van de tweede leerling stierf aan kanker. Twee rouwende leerlingen in één klas, de een stortte zich op zijn schoolwerk, de ander kon zich er niet meer toe zetten.


 

Ook die keer gingen we als klas naar de uitvaartdienst. De klassenvertegenwoordiger verzamelde opnieuw de namen op een condoleancekaart.  Hij ging voor het bord staan en zei vastberaden: “Niet met hartjes en bloemetjes. Dat past nu niet!” Zo volwassen voor een twaalfjarig mannetje.

 

Eerst had ik geen hekel aan lesgeven, maar het sociaal emotionele element van mijn werk en wat ik daarin kon betekenen, brachten me altijd al meer. Geen wonder, dat ik het niet meer trok toen dat tot het absolute minimum werd gereduceerd en ik tenslotte bore-out raakte...

 

maandag 5 april 2021

 

BORE-OUT EN WAT DE

 WERKGEVER KAN

 DOEN…

Sinds de publicatie van mijn boek “Bore-out, een praktische handleiding voor begeleiders”, werd ik enkele keren benaderd door mensen, die zich herkennen in mijn verhaal op social media en in de krant. Hun reacties herinneren aan de interviews, die ik hield voor het boek.

Wat mij steeds weer raakt, zijn de boosheid en frustratie in die verhalen. Het zich niet gezien en gerespecteerd voelen als deze mensen ten einde raad aankloppen bij hun werkgevers in de hoop gehoor te vinden voor hoe ze hun werksituatie ervaren.

Ik herken die boosheid, frustratie en wanhoop, want die lagen bij mij ook lang vooraan. Ik zat er zo mee vol, dat er nauwelijks wat anders meer bij kon. Maar hoe begrijpelijk en voorstelbaar die emoties ook zijn en hoezeer ook gebaseerd op nare ervaringen, intussen weet ik, dat je er niet verder mee komt en dat je jezelf tekort doet, als je er lang in blijft hangen. De meeste werkgevers gaan er niet sneller door bewegen en jij zet jezelf ‘on hold’. Als een stationair draaiend autootje hang je vast in de modder. Je pruttelt, ronkt, produceert rookwolken en zelfs vonken, maar al die activiteiten kosten energie die je aan niets anders kunt besteden. Totdat de energie opraakt en het autootje bewegingsloos stil staat. Als je situatie op locatie niet verbeterd kan worden, is mijn advies: ga elders verder zoeken, zeker als je nog flink wat werkzame jaren te gaan hebt. En ik weet donders goed, dat dat gemakkelijker gezegd is dan gedaan!



Ligt de bal dan volledig bij de persoon, die bore-out is of dreigt te raken en verantwoordelijk is voor zijn eigen welbevinden? Zeker niet!

Mijn boek is weliswaar vooral geschreven voor coaches en therapeuten, maar als zij in beeld komen, is het eigenlijk al te laat. Hun curatieve activiteiten zijn namelijk veel minder nodig, als werknemers opereren in een gezond werkklimaat. Beter voorkomen dan genezen!

Natuurlijk mag je van mensen verwachten dat ze niet als makke schapen de afgrond in wandelen en dat doen de meeste ook niet. Zo lang ze nog energie  hebben, zullen ze heus op zoek gaan naar verbetering van hun situatie. Meer werk, en/of werk dat past bij hun kwaliteiten en interesses. De ervaring leert alleen, dat ze dan vaak bij gesloten deuren komen. Ze worden niet gehoord, worden gehoord door iemand die geen bevoegdheden heeft en dus niets voor hun kan verbeteren, of ze worden afgescheept met loze beloftes. Als dat je herhaaldelijk overkomt, is het moeilijk om constructief te blijven zoeken.

Natuurlijk zijn er ook gevallen, die serieus worden genomen. Die de eerlijke boodschap krijgen, dat de werkgever niets voor hun kan betekenen, maar wel adequaat worden begeleid naar meer passend werk. Of met wie de werkgever binnen het bedrijf op zoek gaat naar een oplossing. Maar die mensen raken niet bore-out, dus  hun betreffen de verhalen niet.

Ik ga ervanuit dat de gemiddelde werkgever niet alleen uit is op de grootst mogelijke winst voor zijn bedrijf, maar ook een vruchtbaar en mensvriendelijk werkklimaat wil borgen. Dat hij er als een goede vader of moeder wil zijn voor zijn werknemers, die immers een belangrijk bestanddeel vormen van het bedrijfskapitaal. Dat hij beseft, hoe loyaal mensen zijn, als ze op hun werkgever kunnen rekenen. Dat werknemers die hun werk met tegenzin doen, steeds minder gaan presteren.

Maar behalve minder productief worden ze ook minder gelukkig. En wordt er dan niet ingegrepen, dan gaat het van kwaad tot erger. Van ongelukkig via doodongelukkig naar ziek en soms eindigt het zelfs in een depressie. Wie ziek thuis zit met een bore-out, leeft niet alleen zelf in een beroerde situatie, hij is ook waardeloos voor het bedrijf.

Deze ellende is grotendeels te voorkomen met een constructief personeelsbeleid. Door je als werkgever op de hoogte te stellen van de krachten die kunnen leiden tot burn-out en bore-out. Te beseffen, dat het allebei sluipmoordenaars zijn. Regelmatig ontwikkelings- en voortgangsgesprekken te houden. Voldoende tijd hiervoor uit te trekken. Voor een veilige plek te zorgen waar privacy heerst, een open oor, een open hart en de bereidheid om met de wensen en behoeftes van je personeel mee te bewegen. Geen enkele werknemer verwacht meteen een pasklare oplossing. Veel zal onmogelijk zijn, maar veel is dat ook niet. De oprechte inzet om samen naar die oplossing te zoeken, maakt dat de werknemer zich herkend, erkend, gezien en gerespecteerd voelt en dan is al veel gewonnen.

Mijn boek eindigt met de tekst van rabbi Abraham Joshua Twerski over hoe kreeften groeien in een steeds weer te krappe schelp. Hoe onprettig ze zich daar keer op keer voelen. Hun terug persen in die schelp is niet de oplossing. Wie uit zijn jas is gegroeid, zal er nooit meer in passen en als die jas kapot  gescheurd is door alle geweld, is hij nauwelijks nog te repareren.