zondag 11 april 2021

 

ZO’N DROOM IS GEEN BEDROG…

 

Rond drie uur ontwaakte ik uit een vermoeiende droom. Dat wat ik nog wist, liet ik de revue passeren.

 

Ik was docent en teamcoördinator brugklas, een functie die ik tien jaar bekleedde, zonder en soms met lessen ernaast. Ik had drie klassen onder mijn hoede en moest tegelijk een etentje voor iedereen klaarmaken. Begin er maar aan!


Hoewel ik probeerde om al die tegenstrijdige taken voor elkaar te krijgen, bleek dat natuurlijk onmogelijk. Ik had alleen bergen spareribs (?) in voorraad. De groente had ik versneden tot paardenvoer. De butagasflessen (?) waren leeg en toen in elke klas een ouder overleden bleek te zijn en ik daar aandacht aan wilde besteden, werd ik wakker…

 

Geleidelijk aan kon ik sommige ingrediënten van mijn droom duiden. Ik koop wekelijks  wortelen voor de paardjes in een naburige wei. Vind ik leuk en zij vinden het prachtig. De wortelen staan al klaar, vandaar die verhakkelde groente.



Het uiterst verdrietige element betrof natuurlijk de overleden ouders. Totdat ik besefte, dat ik gisteren in de krant las over een ex-leerling, die 27 jaar oud, overleed aan een hersentumor. Toen ik enkele maanden geleden vernam dat ze ziek was geweest, was ze net gezond verklaard. Niet dus! 27 jaar oud, in de bloei van haar leven. Een zeer getalenteerd meisje, dat altijd goed gehumeurd en met gemak haar taken deed. Begaafd op veel terreinen en betrokken bij alles om haar heen. Doodzonde! Dat ik de familie ken, raakt extra diep.

 

Te veel om zomaar op een rijtje te krijgen, aldus mijn droom. Ik dacht aan het schooljaar toen ik als brugklasmentor eerst met een overleden moeder en later met een overleden vader te maken had. De eerste was al lang ziek, de tweede stierf heel plotseling. Zijn vrouw en hun zoon zaten de avond ervoor dodelijk ongerust bij mij in een tienminutengesprek. Ze hadden voor de school met hem afgesproken, maar hij kwam niet opdagen. Zittend op zijn kantoorstoel werd hij dood aangetroffen. Hartinfarct. De moeder van de tweede leerling stierf aan kanker. Twee rouwende leerlingen in één klas, de een stortte zich op zijn schoolwerk, de ander kon zich er niet meer toe zetten.


 

Ook die keer gingen we als klas naar de uitvaartdienst. De klassenvertegenwoordiger verzamelde opnieuw de namen op een condoleancekaart.  Hij ging voor het bord staan en zei vastberaden: “Niet met hartjes en bloemetjes. Dat past nu niet!” Zo volwassen voor een twaalfjarig mannetje.

 

Eerst had ik geen hekel aan lesgeven, maar het sociaal emotionele element van mijn werk en wat ik daarin kon betekenen, brachten me altijd al meer. Geen wonder, dat ik het niet meer trok toen dat tot het absolute minimum werd gereduceerd en ik tenslotte bore-out raakte...

 

maandag 5 april 2021

 

BORE-OUT EN WAT DE

 WERKGEVER KAN

 DOEN…

Sinds de publicatie van mijn boek “Bore-out, een praktische handleiding voor begeleiders”, werd ik enkele keren benaderd door mensen, die zich herkennen in mijn verhaal op social media en in de krant. Hun reacties herinneren aan de interviews, die ik hield voor het boek.

Wat mij steeds weer raakt, zijn de boosheid en frustratie in die verhalen. Het zich niet gezien en gerespecteerd voelen als deze mensen ten einde raad aankloppen bij hun werkgevers in de hoop gehoor te vinden voor hoe ze hun werksituatie ervaren.

Ik herken die boosheid, frustratie en wanhoop, want die lagen bij mij ook lang vooraan. Ik zat er zo mee vol, dat er nauwelijks wat anders meer bij kon. Maar hoe begrijpelijk en voorstelbaar die emoties ook zijn en hoezeer ook gebaseerd op nare ervaringen, intussen weet ik, dat je er niet verder mee komt en dat je jezelf tekort doet, als je er lang in blijft hangen. De meeste werkgevers gaan er niet sneller door bewegen en jij zet jezelf ‘on hold’. Als een stationair draaiend autootje hang je vast in de modder. Je pruttelt, ronkt, produceert rookwolken en zelfs vonken, maar al die activiteiten kosten energie die je aan niets anders kunt besteden. Totdat de energie opraakt en het autootje bewegingsloos stil staat. Als je situatie op locatie niet verbeterd kan worden, is mijn advies: ga elders verder zoeken, zeker als je nog flink wat werkzame jaren te gaan hebt. En ik weet donders goed, dat dat gemakkelijker gezegd is dan gedaan!



Ligt de bal dan volledig bij de persoon, die bore-out is of dreigt te raken en verantwoordelijk is voor zijn eigen welbevinden? Zeker niet!

Mijn boek is weliswaar vooral geschreven voor coaches en therapeuten, maar als zij in beeld komen, is het eigenlijk al te laat. Hun curatieve activiteiten zijn namelijk veel minder nodig, als werknemers opereren in een gezond werkklimaat. Beter voorkomen dan genezen!

Natuurlijk mag je van mensen verwachten dat ze niet als makke schapen de afgrond in wandelen en dat doen de meeste ook niet. Zo lang ze nog energie  hebben, zullen ze heus op zoek gaan naar verbetering van hun situatie. Meer werk, en/of werk dat past bij hun kwaliteiten en interesses. De ervaring leert alleen, dat ze dan vaak bij gesloten deuren komen. Ze worden niet gehoord, worden gehoord door iemand die geen bevoegdheden heeft en dus niets voor hun kan verbeteren, of ze worden afgescheept met loze beloftes. Als dat je herhaaldelijk overkomt, is het moeilijk om constructief te blijven zoeken.

Natuurlijk zijn er ook gevallen, die serieus worden genomen. Die de eerlijke boodschap krijgen, dat de werkgever niets voor hun kan betekenen, maar wel adequaat worden begeleid naar meer passend werk. Of met wie de werkgever binnen het bedrijf op zoek gaat naar een oplossing. Maar die mensen raken niet bore-out, dus  hun betreffen de verhalen niet.

Ik ga ervanuit dat de gemiddelde werkgever niet alleen uit is op de grootst mogelijke winst voor zijn bedrijf, maar ook een vruchtbaar en mensvriendelijk werkklimaat wil borgen. Dat hij er als een goede vader of moeder wil zijn voor zijn werknemers, die immers een belangrijk bestanddeel vormen van het bedrijfskapitaal. Dat hij beseft, hoe loyaal mensen zijn, als ze op hun werkgever kunnen rekenen. Dat werknemers die hun werk met tegenzin doen, steeds minder gaan presteren.

Maar behalve minder productief worden ze ook minder gelukkig. En wordt er dan niet ingegrepen, dan gaat het van kwaad tot erger. Van ongelukkig via doodongelukkig naar ziek en soms eindigt het zelfs in een depressie. Wie ziek thuis zit met een bore-out, leeft niet alleen zelf in een beroerde situatie, hij is ook waardeloos voor het bedrijf.

Deze ellende is grotendeels te voorkomen met een constructief personeelsbeleid. Door je als werkgever op de hoogte te stellen van de krachten die kunnen leiden tot burn-out en bore-out. Te beseffen, dat het allebei sluipmoordenaars zijn. Regelmatig ontwikkelings- en voortgangsgesprekken te houden. Voldoende tijd hiervoor uit te trekken. Voor een veilige plek te zorgen waar privacy heerst, een open oor, een open hart en de bereidheid om met de wensen en behoeftes van je personeel mee te bewegen. Geen enkele werknemer verwacht meteen een pasklare oplossing. Veel zal onmogelijk zijn, maar veel is dat ook niet. De oprechte inzet om samen naar die oplossing te zoeken, maakt dat de werknemer zich herkend, erkend, gezien en gerespecteerd voelt en dan is al veel gewonnen.

Mijn boek eindigt met de tekst van rabbi Abraham Joshua Twerski over hoe kreeften groeien in een steeds weer te krappe schelp. Hoe onprettig ze zich daar keer op keer voelen. Hun terug persen in die schelp is niet de oplossing. Wie uit zijn jas is gegroeid, zal er nooit meer in passen en als die jas kapot  gescheurd is door alle geweld, is hij nauwelijks nog te repareren.



 

 

 

 

 

woensdag 23 september 2020

 

“Bored” tussen de rails…


Zoals ik jullie in een vorige blogtekst vertelde, doe ik momenteel een cursus “Engels voor gevorderden”. Het begint al flink op te schieten, de teksten worden  ingewikkelder, langer en abstracter, maar wat het belangrijkste is: ik doe het nog steeds met plezier!

De meeste van de lees- en luisterteksten zijn best interessant, maar onlangs zat er een tussen, die mijn aandacht meteen trok. Het schrijven van een boek over boreout brengt nou eenmaal met zich mee, dat je een extra zintuig ontwikkelt voor zaken die ermee te maken hebben.  Bored to death by an empty existence” (Dodelijk verveeld door een leeg bestaan) stond er als titel boven. De tekst komt uit The Daily Telegraph, helaas staat er niet bij van wanneer, maar gezien de inhoud kan ze niet van lang geleden zijn.

Het artikel gaat over een 18-jarige jongen, die zichzelf onthoofdde door met zijn hoofd op de treinrails te gaan liggen. Het woord “bored” had hij met stenen tussen de rails “geschreven”. 






Natuurlijk was ik benieuwd waardoor deze jongeman zo verveeld was geraakt dat hij zelfs niet meer wilde leven. Helaas vertelt de historie dit niet, want het artikel gaat verder in algemene zin.

De schrijver betuigt zijn spijt over het feit dat er over het fenomeen “verveling” nog zo weinig geschreven wordt, laat staan dat het vermeld wordt in de medische literatuur. De verklaring hiervoor is volgens hem dat verveling niet gemeten kan worden en alles wat je niet kunt meten, bestaat niet volgens sommigen.

Verder beweert hij dat verveling een beetje een luxe probleem is, het resultaat van een zekere welvaart. De strijd om het bestaan is het bezit van voeding en kleding voorbij, dus stelt men nu eisen op een hoger niveau van de maatschappelijke behoefte ladder. Je kunt je afvragen waar dat eindigt.

Nog steeds volgens dezelfde schrijver is een groot deel van “onze kinderen” dramatisch slecht ontwikkeld. Ze kunnen niet rekenen, niet lezen en niet spellen, geen enkele schrijver opnoemen en weten niet wanneer de Tweede Wereldoorlog plaatsvond. Dit vacuüm zou gevuld worden met elektronisch vermaak en als je je eenmaal dagelijks urenlang hieraan overgeeft, weet je al snel niet meer wat er in de buitenwereld gebeurt. Die externe realiteit wordt voor jou dan betekenisloos en saai, want je bent nou eenmaal gewend aan die snel voorbij vliegende plaatjes op je computer.



Een heel aparte kijk op het fenomeen “verveling”, vind ik. Laten we terug gaan naar de jongen, die zijn hoofd op de rails legde met naast hem het woord “bored” in stenen. De schijn wordt gewekt dat ook hij zijn leven voor de computer sleet en alleen maar bezig was met gamen. Dat ook hij de saaie realiteit buiten zijn scherm en toetsenbord niet meer aankon. Nergens in de tekst is echter ook maar een spoortje bewijs te vinden, dat deze suggestie klopt. Het is zelfs de vraag of de schrijver de reden zelf kent.

Misschien was die jongen hoogbegaafd en verveelde hij zich op school letterlijk dood met de stof die te gemakkelijk en/of te oninteressant voor hem was. Misschien moest hij zijn studie bekostigen met een baantje als vakkenvuller, ook niet het meest inspirerende werk om dag in dag uit mee bezig te zijn. Misschien deed hij ander werk dat eigenlijk niet voor hem was weggelegd. Misschien had hij een studie gekozen, waardoor hij totaal niet geboeid werd. Misschien was het een combinatie van dit soort factoren. Veel “misschiens” en het echte antwoord zullen we nooit weten.

Wat ik met de schrijver eens ben, is dat verveling voor een stukje een luxe probleem is. Jongeren, maar ook volwassenen hoeven zich in onze omgeving vrijwel niet meer in te zetten voor behoeftes aan de basis van het bestaan. Werken is al lang niet meer uitsluitend een manier om brood op de plank te brengen. De meerderheid van de volwassen bevolking brengt een groot deel van zijn leven door op zijn werk, tenminste in onze welvarende, westerse wereld. Naarmate de hoeveelheid tijd die aan werk besteed wordt groeit, zal ook de behoefte groter worden dat de taken die daar moeten worden gedaan, gevarieerd, interessant, prikkelend, boeiend en op niveau zijn. Hoe meer aan die behoefte beantwoord wordt, hoe kleiner de kans dat je aandacht voor je verveling “moet” trekken, zoals die 18-jarige jongen. Dat veel jongeren weinig ontwikkeld zijn, mag dan wel dramatisch genoemd worden, een dergelijke uitweg uit de ellende is volgens mij pas echt dramatisch.

Wat mij vooral bijblijft, is waartoe verveling je blijkbaar kan drijven, ongeacht de vraag waardoor ze veroorzaakt wordt. Ook hopeloosheid is niet te meten, maar laten we uit die constatering toch maar niet concluderen dat hopeloosheid niet bestaat. Het had waarschijnlijk niet zo ver hoeven komen, als die jongen had geweten tot wie hij zich kon wenden voor begrip, erkenning en vooral ook voor hulp.

 

 

vrijdag 28 augustus 2020

 

Hoe verveling ook leuk en nuttig kan zijn!

“Vijf redenen om je ouderwets te vervelen,” kopte een artikel van GGZ-nieuws*, dat ik online volg. Ik moest goed kijken, of ik las wat ik dacht te lezen, maar het klopte echt.

In het bewuste artikel wordt duidelijk gemaakt, waarom het ‘goed’ is je af en toe stierlijk te vervelen.

In mijn kruistocht tegen verveling op het werk, waar mijn volgende boek over gaat, was ik bijna vergeten, dat verveling soms helemaal niet negatief hoeft te zijn en ik besefte hiervoor een pas terug te moeten zetten.

Een flink aantal passen zelfs, naar het moment waarop ik het woord ‘boreout’ voor het eerst hoorde, een jaar of  drie geleden. Het fenomeen ‘verveling’ associeerde ik toen nog met min of meer verwende kinderen, die ondanks zeeën van vrije tijd en goed gevulde speelgoedkisten niet kunnen bedenken wat te doen.


“Mam, ik verveel me zo!” was de landerige tekst, die mijn moeder vroeger ook van mij nogal eens te horen kreeg. Meestal was ze dan bezig met een huishoudelijke klus of met haar naaiwerk. Toen ik een jaar of vijftien en ouder  was,  reageerde ze in de trant van: “Prima meid, wil jij dan de badkamer en de wc even voor me schoonmaken, dan kan ik hier doorwerken?” of  “Er staat nog een emmer boontjes voor de inmaak. Wil jij die dan even schoonmaken en snipperen?” Eerder in mijn leventje pleegde ze op te staan, me bij mijn schouders vast te pakken en me naar de speelkamer (ja, die hadden we!) te dirigeren met de woorden: “Ga daar dan maar eens kijken, wat je allemaal kunt doen!”

En er was genoeg te doen. Die hele kamer lag vol met speelattributen van mij en mijn jongere broer, die gedurende veel verjaardagen en Sinterklaas- en Kerstfeesten verzameld waren. Dus in principe hoefde ik maar te kiezen.

Maar ik wilde daaruit niet kiezen: ik wilde me vervelen! Niet weer diezelfde pop aan- of uitkleden, een kleurplaat binnen de lijntjes vullen en nog minder wilde ik met het springtouw naar buiten om ‘lekker’ te springen. Ik wist meestal wel al snel wat ik wel wilde, maar kwam daar pas achter langs de lijn van de verveling.

Vaak kostten de dingen die ik bedacht geld en dat was bij ons thuis maar in zeer beperkte mate aanwezig. Maar aan het begin van een vakantie kreeg ik soms toch wat ik wilde: esbit blokjes om ‘echt’ (onder begeleiding van mijn moeder) te kunnen koken op mijn fornuisje, een paar knotten wol om een vestje te breien voor mijn pop, of een lap stof en wat lapjes vilt en borduurgaren om een klederdrachten wandkleed te maken met bijdragen uit de hele wereld. Soms zorgde de speelkamer ook wel voor inspiratie. Dan zette ik mijn poppen en beren op een rijtje voor het schoolbord en ging ‘juf’ spelen, of ik nam mijn schepjes en emmertjes mee naar buiten om in een modderplas ‘gehaktballetjes’ te draaien. Passies manifesteren zich vaak al op jonge leeftijd!


Verveling kan je motiveren om een zinvollere activiteit te ontplooien, volgens het bewuste GGZ-artikel, dat deze stelling weer heeft van psycholoog, Wijnand van Tilburg, die dat zei in de Volkskrant. Ook is er een aantal gezondheidsvoordelen aan verveling verbonden, aldus de psycholoog. Je eerdere (gebrek aan) activiteit voldoet niet aan een natuurlijke behoefte aan prikkels en  dat is een signaal om jezelf uit een zinloze routine te halen. Als je jezelf daar succesvol uit weet te trekken, maakt dat je creatiever, waardoor je je kalmer en gelukkiger voelt, wat goed is voor je persoonlijke ontwikkeling, je concentratie en je zelfvertrouwen.

Deze vijf gezondheidsredenen in aanmerking genomen, is het ook meteen weer duidelijk, waardoor een boreout tijdens en ten gevolge van werkomstandigheden zo schadelijk kan zijn.

Het meest fundamenteel in dit rijtje is m.i. het aspect ‘creativiteit’. Het is belangrijk voor je brein om af en toe te ‘niksen’, omdat je juist dan de meest inspirerende ideeën kunt krijgen. Je af en toe vervelen is dus helemaal niet erg, integendeel. Je vrije geest kan zich dan even met iets anders bezig houden en al zijn creatieve vermogens benutten.

Als die creativiteit dan vervolgens ook gehonoreerd wordt en een goede uitweg kan vinden, is het effect van verveling alleen maar positief.

En daar zit ‘m de crux: als de periodes van ‘niksen’ eerder regel dan uitzondering zijn, je creatieve vondsten steeds de kop in worden gedrukt en je er geen kant mee uit kunt, maakt dat je allesbehalve kalm en gelukkig, wordt je persoonlijke ontwikkeling alleen maar  afgeremd en worden je concentratie en zelfvertrouwen steeds kleiner.

Alle reden dus om het fenomeen ‘boreout’ serieus te nemen. Af en toe even freewheelen tijdens je werk is prima, maar als je dagen, weken, maanden en soms zelfs jaren zo goed als niets (zinnigs en uitdagends) te doen hebt, is dat uiteindelijk funest voor je  welbevinden en gezondheid.

 

*Vijf redenen om je ouderwets te vervelen/www.ggznieuws.nl/26-8-2020

woensdag 19 augustus 2020

 

Bijna vijf maanden later, een Echternach 

processie…?

Als ik een blik werp op mijn blogteksten over boreout en burnout, zie ik dat de laatste al van eind maart dateert. Er is veel gebeurd in de tussentijd en als we niet goed uitkijken met zijn allen, belanden we in een soort Echternach processie.

Voor wie deze spring- of dansprocessie niet kent: het is een ceremoniële, katholieke optocht, die jaarlijks in de Luxemburgse stad, Echternach, wordt gehouden ter ere van Sint-Willibrordus. Hoewel ze in de loop der eeuwen enkele veranderingen heeft ondergaan, gebeurt dat al sinds de Middeleeuwen. Sint-Willibrordus zou de genezer zijn van de Saint-Guy-kwaal, oftewel epilepsie.

Hoe deze bijna twee uur durende processie spreekwoordelijk is geworden? Na een korte mis bij de rivier, de Sûr, wordt de weg vervolgd naar de abdij van Echternach. De deelnemers zijn met elkaar verbonden met witte zakdoeken en ze springen in de maat van de processiemars afwisselend op hun linker- en rechtervoet. Beetje vreemd gezicht, maar ‘geen probleem’, zou je zeggen. Maar deze manier van springen kwam in 1947 in de plaats van het voormalige ritme – drie stappen vooruit en twee achteruit, dat werd aangepast, omdat het tot een chaotisch verloop zou leiden.


Dit laatste aspect, dat leidde tot een enorme vertraging van de tocht, is het beeld, dat de coronacrisis soms bij mij oproept. Een chaotisch beeld, doordat maatregelen, die door de overheid worden ingesteld, vaak nogal onduidelijk en willekeurig zijn, maar ook de dreigende weg terug, nadat we enkele maanden vooral vooruit zijn gegaan. We zullen er met ons gedrag zelf voor moeten zorgen, dat we straks niet weer maandenlang in een ‘intelligente lockdown’ belanden. Geduld en creativiteit zijn geboden.

Kijkend naar de voornemens, die ik in maart zelf heb gemaakt, blijk ik me er aardig aan te hebben gehouden. Hoewel tuinieren niet mijn hobby is, houd ik mijn bloemen en planten goed bij, waardoor ik ondanks de hittegolf van de laatste weken vanuit mijn werkkamer nog steeds uitzie op een kleurenpracht. Ik vermoed, dat ik meer water heb gesproeid, dan volgens Vitens verantwoord is, maar ach, wie maandenlang vooral thuis zit, moet toch iets!



Ik heb de berging uitgemest en de gemeente het afval laten ophalen. Ondanks dat dat al weer ruim een maand geleden is gebeurd, ziet de ruimte er tot mijn tevredenheid nog steeds netjes uit. Zelfs de gordijnen van mijn woonkamer heb ik gewassen en vergis je niet: dat is ‘a hell of a job’,  waar drie goed gevulde wasmachines aan te pas komen. Twee weken geleden heb ik, na maanden alleen in Venlo te zijn geweest, de stoute schoenen aangetrokken en ben gewapend met mondkapje met het OV naar het zuiden gereisd om mijn broer en schoonzus te bezoeken. Keurig tussen de spitstijden in, waardoor dat prima te doen was. In juli is de yoga weer voorzichtig op gang gekomen. Mijn groep was – helaas voor de leraar -  zo klein, dat we niet anderhalve meter, maar wel vier meter afstand konden houden.

De derde versie van het manuscript van mijn boek over boreout is gepasseerd en besproken en na aanpassing behalve naar mijn vaste meelezer, ook naar zijn eenmalige collega’s gestuurd. Dat levert heel prettige, maar soms ook pijnlijke reacties op en ik houd mezelf maar voor, dat ook die laatste erbij horen. Het allerbelangrijkste is immers, dat mensen zich van het thema bewust worden en de discussie erover op gang komt. Daar heb ik niet alleen zelf belang bij, maar ook mijn ‘lotgenoten’, die – net zoals ik -  vaak het gevoel hebben gehoord noch gezien te worden. Elke reactie is beter dan geen enkele reactie!

Tot slot ben ik zelfs aan een cursus Engels voor gevorderden begonnen. De specifieke reden waarom ik dat deed, laat ik in het midden, totdat ik zeker weet, of ze van toepassing is. Raadselachtig, hè?  Laat ik vooropstellen, dat ik er hoe dan ook profijt van zal hebben, als mijn schoolengels wat wordt opgekrikt. Dat ik de lessen met veel plezier doorneem, is het voornaamste.

Alles overziend lijkt het bijna, alsof corona voor mij een feestje is, maar daar passen toch enkele kanttekeningen bij. Een van mijn nichten lag wekenlang in coma en heeft het ternauwernood gehaald. Haar jongere zus, die met longkanker in een hospice verbleef, is aan corona bezweken… Dat zijn nog maar twee van de slachtoffers, die ik van redelijk nabij kende. Hoewel ik vrijwel iedere dag minimaal een uur heb gewandeld, zaten er veel dagen tussen, waarop ik mensen hooguit op tien meter afstand zag en soms zelfs dat niet. Weken waarin ik niet in de supermarkt kwam, maar mijn boodschappen werden afgeleverd door Picnic. De bezorger plaatste de volle plastic zakken keurig voor mijn voordeur, groette op gepaste afstand en vertrok weer snel met zijn autootje. Mijn beide vakanties zijn geannuleerd en ik ben sinds vele decennia niet zo lang achter elkaar ‘alleen maar thuis’ geweest.  Ik zou het wel fijn vinden, als ik weer eens zou worden aangeraakt, want dat is voor het laatst begin maart gebeurd. Ook schoonmaken is niet mijn hobby, maar mijn meubilair heeft in die periode heel wat meer fysieke aandacht en zorg mogen ervaren dan ik.


Gelukkig heb ik Noortje, mijn poes. Die mag ik naar hartenlust knuffelen en dat doe ik ook. We hebben volop kopjes, kusjes en kriebeltjes uitgewisseld. Ze heeft pas een nieuw ritueel ontwikkeld:  als ze me ziet, gaat ze languit op haar rug liggen en rolt van de ene naar de andere kant, zodat ik haar rondom overal kan aaien. Daar geniet zij niet alleen van.

Wat ik vooral wil zeggen is, dat de ongemakken voor mij vervelend en soms ook pijnlijk, maar niet onoverkomelijk zijn. Dat ik het nog steeds opbreng om me aan de regels te houden en angstvallig om me heen kijk, of anderen dat ook zo goed mogelijk doen. Tot er een vaccin is, dat op grote schaal kan worden ingezet, hebben we immers niet zo veel te kiezen.

Maar verveeld heb ik me geen seconde en ik hoop, dat dat voor de meeste mensen geldt. We zullen er zelf van moeten maken wat ervan te maken is. Van Sint-Willibrord kunnen we immers niet verwachten, dat hij naast epilepsie ook covid-19 voor zijn rekening neemt. Laat ik maar gauw aan mijn volgende les Engels beginnen…

zondag 22 maart 2020


Wat doen we met de tijd, als het leven

(groten)deels stil staat?



Ze kon natuurlijk niet uitblijven: een blogtekst over boreout en de crisissituatie. Als ik het zelf niet al bedacht had, maakten lezers van de vorige exemplaren me er wel op attent. "Boeiend fenomeen, boreout, in een tijd waarin zo veel mensen thuis zitten en zo veel minder omhanden hebben", zegt de een. De ander merkt op, dat niet alleen boreout maar ook burnout dreigt. Als ik de verslagjes van moeders lees, die momenteel het thuis werken moeten combineren met de aanwezigheid van hun schoolgaande kinderen van wie ze zowel moeder als juf moeten zijn, kan ik me daar ook veel bij voorstellen. Maar hoewel ook dat fenomeen aandacht verdient, concentreer ik me op boreout: hoe vul je je dagen, als je ineens zoveel minder structuur en zoveel meer tijd hebt? Hoe voorkom je, dat je beroerd wordt van verveling?

Volgens psychiater, Witte Hoogendijk, die voor de Volkskrant van gisteren (21 maart 2020) geïnterviewd werd, vallen er voor veel aspirant burnout kandidaten ook veel stressoren weg. Ze ‘moeten’ ineens veel minder dan anders, kunnen zich verbazen over het gemak waarmee activiteiten blijkbaar gecanceld kunnen worden, zonder dat de wereld meteen vergaat. Daardoor kan weer gemakkelijker een gezond deel van hun psyche worden aangesproken.

Voor boreout geldt natuurlijk juist, dat de stress verhoogd kan worden, als je te weinig zinnigs omhanden hebt. Daarom hier wat richtlijnen.

Allereerst is het belangrijk om ook onder de nieuwe omstandigheden te zorgen voor een vast dagritme. De verleiding is groot om maar wat rond te hangen en intussen het ene verontrustende bericht na het andere op tv of social media te bekijken. Ik heb dat zelf in het begin ook gedaan. Ik keek veel vaker naar het nieuws dan anders en raadpleegde vaker nieuwssites. Totdat ik me realiseerde, dat ik daar alleen maar naar van werd en er niet veel mee opschoot. Ik kan toch niet bepalen, wie van de elkaar tegensprekende partijen gelijk heeft en ook van de overkill aan nieuwsfeiten werd ik beroerd. Intussen heb ik besloten me te beperken tot het dagblad en één nieuwsuitzending 's avonds rond acht uur. Zo vind ik een goede balans tussen enerzijds het risico mijn kop in het zand te steken en anderzijds in de informatie te verdrinken.

Het mag duidelijk zijn, dat het voor de meeste mensen ook beter is om min of meer vaste opsta-, naar-bed-gaan- en maaltijdtijden te hanteren dan ook dat maar een beetje van het toeval af te laten hangen. Voor de meesten is het nou eenmaal essentieel dat er wat structuur is in hun leven.

In aanvulling op het voorgaande is het ook belangrijk om actief te blijven. Fysiek actief door bijvoorbeeld te gaan fietsen of wandelen, zolang dit nog kan en mag. Dat zijn ook activiteiten waarbij je de noodzakelijke sociale afstand goed in acht kunt nemen. Als je een tuin(tje) hebt, zijn er nog wel meer mogelijkheden. Bij kinderen zou ik denken aan touwtje springen, hinkelen, elastieken, badmintonnen en eigenlijk is er geen reden waarom volwassenen dat niet zouden kunnen doen. Als je je fantasie gebruikt, is er veel mogelijk. Gelukkig zijn de weersomstandigheden ons op dit moment gunstig gezind.



Geestelijk actief kun je op allerhande manieren zijn. Je kunt dammen of schaken, of je met andere gezelschapsspelen bezighouden maar ook in je eentje schrijven, lezen, puzzelen, knutselen en ga zo maar door. Maak een dagboekje waarin je noteert, hoe je de dagen beleeft. Geef vooral aandacht aan de positieve aspecten. Als je met meerderen iets onderneemt, moet je wel de sociale afstandsregels borgen. Denk ook aan muziek maken en beluisteren 

Wil je het groter aanpakken, dan kun je ook die kamer behangen, waarvan je dat al langer van plan was, een nieuw tuinhuisje installeren, als je je tuin voorjaarsklaar hebt gemaakt. Het zonnetje dreef al velen naar buiten en ik zag heel wat tuiniers aan het werk. De bouwmarkten zijn nog open, evenals de tuincentra. In die laatste kun je ook benodigdheden voor je (huis)dieren kopen, die in de supermarkten niet voorhanden zijn. De milieustations draaien overuren, want er zijn veel mensen begonnen met opruimen. Misschien heb je ooit gehandwerkt en voel je ervoor om  het breien, haken, borduren of macrameeën weer op te pakken. Pak je naaimachine uit en maak eindelijk die jurk of broek, waar je het stof al zo lang voor in huis hebt, bak een cake, een taart of een andere traktatie voor je gezin en/of anderen. Ik zag een filmpje van iemand die zijn oude elektrische trein tevoorschijn had gehaald en opgebouwd.



Je zou ook kunnen kijken, of er mensen in de omgeving zijn voor wie je wat kunt betekenen. Misschien moeten er honden worden uitgelaten, boodschappen (voor ouderen) gedaan, of doe je mensen, die nog meer geïsoleerd zijn dan jijzelf, een plezier door een lief kaartje in hun brievenbus te gooien, gemaakt en geschreven door jou of een van je kinderen. Je zou grotere hoeveelheden kunnen koken dan anders en anderen hierin mee  laten delen. .

Belangrijk is vooral, dat je dingen bedenkt met een doel. Of dat doel nu is, dat je er zelf van geniet, dat je er iemand anders een plezier mee doet, of dat het een concreet resultaat oplevert, het is fijn als je achteraf kunt zeggen: mooi, dat heb ik toch maar gedaan en daar ben ik blij om! Zelfs het op orde maken van de administratie kan een goed gevoel geven.

Ook is het belangrijk om plannen te maken en niet ál te veel bij het moment en het toeval te leven. Vooruit te kijken en je af te vragen: “Wat ga ik vanavond doen en wat morgen?”

Het belang van een goede nachtrust, gezonde maaltijden en ontspanning is natuurlijk evident. Om te kunnen ontspannen zijn mindfulness en yoga goede bronnen. Mijn yogaleraar, Stefan Maas, die zijn centrum met pijn in zijn hart vanwege de risico’s heeft moeten sluiten, geeft aan dat yoga beoefenen in deze spannende tijd juist heel goed is. Vanwege de beweging, de ontspanning en het versterken van het persoonlijke immuunsysteem. Op internet is waarschijnlijk van alles te vinden, maar hij wilde zijn contacten een handreiking  doen door online lessen te plaatsen, die mensen op afstand kunnen uitvoeren. Er is een Dru Yogales, een Lu Jong Yogales en een Relax Yogales. Je kunt natuurlijk ook je eigen les samenstellen. Als je je abonneert op het (gratis) YouTube Kanaal
https://m.youtube.com/channel/UCNhWuWuFmuDCmVSiC2wOiisQ
worden de filmpjes zichtbaar. Hij reserveert de link niet voor zijn klanten, dus ik maak hem met zijn toestemming  aan jullie bekend. Dankjewel, Stefan!

Tot slot is het natuurlijk verschrikkelijk belangrijk om de humor te bewaren, zoals ook Witte Hoogendijk in het Volkskrantartikel zegt. We kunnen nog steeds communiceren, al moeten we daar soms andere wegen voor zoeken en  basisbehoeften als voedsel en een dak boven ons hoofd zijn niet  in het geding. Gelukkig lukt die humor over het algemeen wel, want er komen op social media ook relativerende bijdragen voorbij. Ik denk daarbij aan het verhaaltje, dat mijn broer me voorlas over een persoon, die zich in de supermarkt ergerde aan iemand, die rondreed met een karretje met enorme hoeveelheden pakken toiletpapier erin. Hij ging tegen hem te keer over de nare kanten van hamsteren en de gevolgen die het heeft voor de minder bedeelden en de Voedselbanken. Nadat de jongeman dit men een glimlach had aangehoord, antwoordde hij zoiets als: “Is goed meneer, dan ga ik nu weer verder met vakken vullen!”

Ik besef dat veel van mijn richtlijnen alleen werken voor mensen die fysiek en psychisch goed in staat zijn om ze op te volgen. Ook besef ik, dat mensen met een niet zo goed gevulde portemonnee, of die (met velen) in een kleine woning zonder tuin verblijven, minder mogelijkheden hebben. Toch hoop ik, dat iedereen er wat uit kan halen voor zichzelf.

Wat ik zelf allemaal doe? Per dag maak ik - zolang het nog mag en kan -  in ieder geval een wandeling van een uur. Voor morgen heb ik het bladervrij maken van mijn tuintje gepland. Het Ganeshabeeld, dat achterin staat, is begroeid met  mos en heeft een schrobbeurt nodig en er is nog wat snoeiwerk te doen. Dan is morgen wel voorbij. Misschien was ik de gordijnen in mijn huiskamer, een enorme klus, en er zijn  nog heel wat kasten op te ruimen. Leesvoer is er te kust en te keur en last but certainly not least heb ik mijn poes, Noortje, die me aangenaam bezig houdt. Natuurlijk ga ik ook aan de slag met de lessen van Stefan.

En als ik dat allemaal achter de rug heb of al in dezelfde tijd, wacht me nog een leuke klus: het herschrijven van het manuscript van mijn boek over boreout. Dat is na de eerste bespreking wel nodig en ik heb er weer veel zin in!







woensdag 11 maart 2020


BOREOUT, LATEN WE HET ER MAAR NIET OVER HEBBEN!

Het is weer stil om me heen geworden. Ik hoef geen interviews meer af te nemen of ze uit te werken. Er ligt geen stapel literatuur meer klaar om door te nemen en mijn speurtocht op Linkedin naar coaches, die mensen met boreout begeleiden, is (voorlopig) ten einde.

Mijn boek over boreout is klaar en het manuscript ligt bij de goede vriend van wie ik als eerste feedback hoop te krijgen. Hij heeft me ook begeleid bij mijn boek over faalangst (1) en terugdenkend aan dat proces, weet ik, dat het niet bij deze ene ronde zal blijven. Dat is ook prima, want ik wil een goed boek afleveren!

Maar hoewel de verhalen over burnout in rap tempo overal de revue blijven passeren, lijkt het alsof de stilte rond boreout weer is neergedaald. Ziek worden door overbelasting is al bijna niet te accepteren, op ziek worden door onderbelasting rust nog een veel groter taboe.




Dan is er ook nog de derde versie: de combinatie burnout-boreout. Daarvan worden mensen vaak slachtoffer, als ze om aan de verveling te ontsnappen de ene wanhopige poging na de andere doen om weer zin te geven aan hun werk en daarmee aan hun leven. Ze hollen ademloos voor zichzelf uit en vergeten, dat het nodig is om regelmatig ook rust te nemen en even helemaal te ontspannen.

Dat is mij persoonlijk niet overkomen, simpelweg doordat ik daar de mogelijkheid niet toe zag. Toen mijn boreout zich begon te ontwikkelen, was ik al te oud om kansrijke alternatieven aan te grijpen, al heb ik dat beslist wel geprobeerd.

In het jaar voordat ik afscheid nam van mijn baan, coachte ik zo twee studenten Toegepaste Psychologie, die graag bij ons stage wilden komen lopen. Dat deed ik met veel plezier, maar het jaar erna werd er paal en perk aan gesteld door mijn werkgever. Als ik daar tijd voor had, had ik dus tijd over en dat was nog waar ook. Hoewel ik op die manier mijn kaarten, die ik lang voor de borst had gehouden, verraadde, ben ik ervan overtuigd, dat dat coachcontact voor een win-win-win-situatie zorgde. Ik had een leuke en zinvolle klus te doen, zij mochten stage lopen op de plek van hun keuze en ze ontlastten mijn collega’s, van wie ze werk over konden nemen. Maar nee, ik mocht het het volgende jaar niet herhalen...

Even had ik er toen spijt van, dat ik mijn situatie door dat werk te doen openlijk op tafel had gelegd, maar het heeft er ook voor gezorgd, dat die situatie in een stroomversnelling kwam, waardoor ik besloot er radicaal een eind aan te maken en te stoppen met die baan.

Niet, dat ik in de jaren erna meteen mijn draai weer vond. Ook nu speelde mijn leeftijd me weer parten: ik was te oud om nog echt op zoek te gaan naar iets nieuws en te jong om al van de geraniums op de vensterbanken te willen genieten. Als ik die al had.

Wat vond ik het lastig en beschamend om toe te geven, dat ik opnieuw duimen zat te draaien. Wat voor een nutteloos mens was ik eigenlijk? Wie had er wat aan mij? 

Op de site “Inspirerend leven” vond ik een artikeltje van Mieke Lannoey, (2) die naar aanleiding van haar eigen boreout-burnout vertelt, dat men – als men al iets over boreout denkt te weten – aanneemt, dat iemand te lang in zijn comfortzone blijft hangen. Ik deel haar mening, dat dit niet klopt, maar dat je juist net te lang in een oncomfortabele situatie blijft. Een situatie waar je graag uit zou willen, maar je weet niet hoe en doordat je pogingen keer op keer stranden, geef je het tenslotte op.

Ze vertelt de prachtige metafoor over hoe kreeften groeien van rabbi Abraham Joshua Twerski, die ze vond op You Tube. Hij is te mooi om hem hier niet samen te vatten: de zachte kreeften leven in een harde schelp, die niet kan uitzetten. Als ze groeien, wat in eerste instantie een normaal biologisch proces is, wordt hun schelp dus te krap. Door de druk die dat oplevert, voelen ze zich niet meer prettig. Onder een rots, waar zij niet kunnen worden aangevallen, werpen zij hun schelp af en ontwikkelen een nieuwe. Na een tijdje voelt ook die schelp niet meer comfortabel en het proces herhaalt zich keer op keer. Doordat ze zich steeds opnieuw onprettig voelen, ervaren zij een stimulans om te groeien. De arts, die ze zouden bezoeken, zou hun waarschijnlijk een of ander pilletje geven, een pijnstiller, een antidepressivum, of een slaappil. Maar hij zou hun niet helpen met hun steeds maar weer te krappe schelp, waardoor het symptoom bestreden zou worden, maar zeker niet de oorzaak. Uiteindelijk geven de kreeften het op, want ze zijn blijkbaar niet te helpen en worden steeds ongelukkiger en zelfs depressief…




Ik bleef zoeken, simpelweg doordat ik het niet laten kon. Uiteindelijk vond ik de oplossing waarmee ik twee passies kon combineren en twee vliegen in één klap kon slaan. Ik ging - naast af en toe een coachcontact -  schrijven, eerst een boek over faalangst en daarna over boreout. De ene vlieg betreft het feit, dat ik een bezigheid vond, waar ik me met overgave en passie aan kan wijden. De andere vlieg beantwoordt aan mijn grote behoefte, iets toe te voegen aan de maatschappij,  liefst iets, wat niet al door anderen wordt toegevoegd en betekenisvol te zijn. In dit geval in dienst te staan van mensen met faalangst en boreout. Ik probeer die vliegen overigens niet dood te maken, maar ze juist in leven te houden!

Het is weer even stil om mij heen geworden. Ik heb de afgelopen maanden hard gewerkt aan mijn boek. Met zoveel plezier, dat ik er zelfs grote delen van weekends aan heb besteed.

Wordt het tijd dat ik onder een rots kruip en ga werken aan een nieuwe schelp, of vertrouw ik erop, dat zich vanzelf een vervolgstap zal aandienen? Ik vertrouw op het laatste en geniet intussen van de vrijheid om even met andere dingen bezig te zijn. Rust na gedane arbeid, zoals het immers moet, als je gezond wilt blijven!



1. Over Succes en Falen in dertig verhalen en dertig oefeningen (te koop via mijn website
https://site-ereprijs.wixsite.com/home  of via bol.com)
2. Het taboe rond boreout - Mieke Lannoey - Inspirerend Leven 21 juli 2016